Dagen zonder vlees

Ik eet graag, en veel. Te veel, en te ongezond. Nooit een fervent groente- en fruitliefhebber geweest, overigens. Jarenlang kon mijn metabolisme dat allemaal wel verteren. Tot een jaar of vier terug – vreemd genoeg ongeveer gelijktijdig met het moment dat ik een vent in huis haalde. Sindsdien is er vijftien kilo bij. Vijftien!

Ik had vorig jaar al sympathie voor het Dagen Zonder Vlees-project maar ik wist gewoon dat ik dat thuis niet verkocht ging krijgen, aan die in huis gehaalde vent van mij. Dus toen ik ook dit jaar het idee eens opwierp was mijn verbazing groot dat ie me heus wel wilde steunen. Zolang ie zelf niet aan zijn dagelijks stukske vlees zou moeten inboeten, that is. 

Niet dat ik er van overtuigd ben dat ik door vlees te laten automatisch kilo’s kwijt zou raken,  maar het leek me een interessante oefening in het veranderen van mijn eetpatronen. Want dat dàt moet gebeuren, daar hoeft niemand me van te overtuigen. Bovendien draag ik het bijhorende ecologische standpunt een warm hart toe: alle kleine beetjes die onze ecologische voetafdruk verkleinen, hélpen.

Ik hield het tien dagen vol. Veggieburgers in allerlei soorten en vormen, soepjes, quiches, of simpelweg een boterham met smeerkaas en wat extra rucola er op: het gìng. Toen ging ik met mijn in huis gehaalde vent tapas eten. (Zondigen mag, dus ik bestelde vol overtuiging allerlei vlezekes) Dat eerste stukske chorizo: een smaakbom, een sensatie, een waterval van smakelijkheid op mijn tong. Nooit gedacht dat tien dagen zonder vlees u dat daarna zò (zooo, zoooo) zou smaken. Toen wist ik: noooit zou ik vegetariër kunnen worden. 

Een dag later proefde ik een verdwaald soepballeke zoals ik nog nooit een soepballeke geproefd had, en nog een dag later werd ik zo misselijk van het quorngehakt in mijn spaghetti dat ik er efkes helemaal genoeg van had. 

Intussen heb ik het helemaal opgegeven, en dat spijt me zo. Want Dagen Zonder Vlees is een enorm sympathiek project dat alle steun verdient, een project dat echt nòdig is ook, laat ons daar eerlijk over zijn, zelfs zonder onze geitenwollen sokken aan te moeten trekken.

Zelf zal ik voortaan gewoon af en toe mijn best doen. Een smoske kaas bestellen, in plaats van een smoske hesp. Op restaurant een vegetarische lasagne bestellen, in plaats van een gewone. Of gewoon voor mezelf vegetarisch koken als de man in mijn huis niet in mijn huis zit. 

Want Alle Beetjes Helpen.

In an mmmbop they’re gone

Intussen zijn we dertig geworden, passeerde de dag dat ik drie -drié!?- jaar samen was met mijn lief, rondde ik succesvol mijn derde avondstudie af, werd er een nieuwe badkamer geïnstalleerd, met de kat naar de dokter gegaan, en ruste er zo veel werkdruk op mijn schouders dat ik er slapeloze nachten aan over hield. Allemaal zeer volwassen dingen allemaal, ware het niet dat ik ze meestal afhandelde gewapend zijnde met fluoroze cocktails, veel uitstelgedrag, afgebladderde nagellak, verlegen schaamrood op de wangen (tell me, you guys, hoe raakt ge daar ooit van af?) en goedgetimede giechelkes. En een occasioneel shoptherapietjen, op tijd en stond.

Nooit beloofd dat ik dat ding hier semi-dagelijks ging updaten, dus wie een welgemeende sorry zoekt: no way josé.

Ik leer veel bij de laatste tijd. Dat ge soms in het diepe gesmeten moet worden om beter te leren zwemmen, dat had ik al ooit eens op twitter gegooid, maar ‘t is oh zo waar. De ene dag hou ik amper het hoofd boven water terwijl collega’s goochelen met termen waar ik mij absofuckinlutely niéts bij voor kan stellen, spartel ik verder op manieren waar ik wél van wanten mee weet. De andere dag gloei ik binnenwands van trots wanneer de baas mij droogweg zegt dat de projectcoördinatie eind deze maand op mij wordt overgedragen. Vier maanden op de kop ben ik nu op de nieuwe job, en boooy, is daar al veel werk verzet. Gelukkig soms ook gewoon met een pintje in de zon.

Bijleren doe ik gaandeweg ook hoe dat nu zit met vriendschappen en relaties, levenslessen als het ware, hoewel nog steeds geen expert ter zake maar wel met veel ervaring op de openbare weg:

hoe vrienden van vroeger simpelweg vrienden van vroeger zijn en ik het eigenlijk niet zo erg hoef te vinden om niet langer energie voor hen te vinden. Tijd en andere bezigheden zorgen er soms voor dat je plots niet zo heel veel meer gemeen hebt dan een verleden, en dat is schoon, maar ook is het schoon dat ge uw veel te schaarse vrije uren en caloriën besteed aan mensen met wie het nù simpelweg goed voelt, en vooral: ongeforceerd.

Zondagmiddagen in Park Spoor Noord, op terrasjes op ‘t Zuid, op marktjes allerlei, een brunchke of gewoon een uurke of twee aan de keukentafel: thése are the days.

En dan is er ook nog mijn lief, mijn vaste waarde, de rots in mijn soms veel te wilde branding. Wij zijn geen wereldkampioenen. Wij kunnen vloeken op elkaar. Hell, soms vraag ik mij af hoe hij er in slaagt mij nog steeds graag te zien, hormonaal gestuurde bitch die ik kan zijn. Maar er zijn weinig dingen in mijn leven waar ik zekerder van ben: dat hij mij graag ziet. En hoewel er dagen zijn dat ik even het nut van koppelgedoe niet echt in zie, dat ik doe uitschijnen dat er waarheid in mijn grap van koffers pakken schuilt, weet ik diep vanbinnen dat wij voor elkaar gekozen hebben en dat ik samen met hem àlles aankan. En dat schijn bedriegt: op eender welke andere wei heeft het gras ook wel rotte plekken. Heus. Ik hou ‘m.

Ook al krijgt ge plots mail van een vriendje van lang geleden. Het soort vriendje dat weliswaar bloedmooi maar vooral erg onbetrouwbaar was en vooraller veel te lang vruchteloos mijn leven beheerste. Dat hij net als ik al lang van ‘t straat is maar toch nog eens een koffie wil gaan drinken, misschien zijn kantoor -eigen bedrijf- eens ne keer tonen, zich soms voor het hoofd wil slaan dat de avonden van toen achteraf gezien toch mijlpalen waren en meer hadden moeten gebeuren, ook al bestonden die uit niet heel veel meer dan de zetel verschuiven tot vlak voor de tv om samen de stomste programma’s te zien. Dan val ik van mijn voetstuk, dat zo iemand de oude tijden mist, soms. Zich überhaupt die avonden herinnert. Ik mis die tijden ook hoewel dat soort hoofdstukken definitief gesloten zijn en ik nu zo veel beter af ben. “Ach ja, vijgen na pasen”, concludeert hij, en ik kan alleen maar een dommekoeiengezicht opzetten en mij afvragen wat hij in hemelsnaam nu van mij verwacht.

De tijd gaat snel, gebruikt hem wel.

Gewoon

Er zijn dagen dat ge u zuchtend afvraagt waar de tijd is gebleven. De tijd dat ge drie keer per week in de kroeg zat en zo veel avonturen beleefde dat ge er een weblog mee kon vullen. Die dagen lijkt het dan alsof die periode voorgoed voorbij is, want nu moet er iedere avond eten op tafel staan en hebt ge een job die ge zo graag wilt houden dat ge ook ‘s avonds af en toe nog ‘ns wat researcht, en dagdagelijkse beslommeringen die het hebben van een huis en -houden met zich meebrengt, feestdagen ook waarop ge rekening moet houden met familie die u graag nog eens een eike toestopt, en schoonfamilie.

Dat zijn dagen waaop ge al lang blij zijt dat ge ‘s avonds uw voeten eens omhoog kunt leggen om schaamteloos ‘Thuis’ te kijken, omdat uw lief de afwas al heeft gedaan. Maar is er ook een tikkeltje of twee, drie heimwee naar dat vele spannender leven van toen. En weet ge bij god niet wat voor boeiends te bloggen.

Maar kijk, plots is er dan die uitnodiging om een week te gaan niksen in la douce France, die ge jammerlijk moet cancellen omdat ge het eigenlijk te druk hebt met andere bezigheden, zit ge de ene avond heerlijk bij te babbelen met vriendin L. in het cafeetje waar ge twee dagen eerder ook al zat, weet ge de andere avond de muzikale uitnodigingen niet te combineren, rijdt ge met uw lief naar Nederland om met open mond Sufjan Stevens te aanschouwen, zijn er onverwachtse terrasjes met dikke jasjes en topfood, een supergeheim maar superleuk buitenwerks project en treint ge helemaal naar Kortrijk om een stel topwijven van camembertcrème te voorzien. En weet ge bij God niet waar ge nog tijd moet vinden om over dat alles te bloggen.

En is er het besef dat ge over tien dagen dertig wordt en eigenlijk niet eens de tijd hebt om iets deftigs voor te bereiden. Die dertig die ik zo vrees omdat ge dan hoort gesetteld te zijn maar ik mij nog steeds totally twintig voel. Dagen dat er zo veel gejaagdheid in mij zit dat ik enkel nog verlang naar het leven op zijn simpelst: ‘Thuis’ kijken met de voetjes omhoog, uw lief aan uw zijde, of de rust van compleet uw eigen kunnen zijn en niets-moeten bij ouders en schoonouders. Dan vindt ge ‘saai’ eigenlijk ‘heerlijk’ en weet ge niet meer waarom ge het ‘toen’ graag zo ingewikkeld druk hield.

Koffie is het nieuwe bier.

#wijvenweek Beauty booty killer queen

Bij de nieuwe job hoorde een nieuwe sjakosj, vond het wijf in mij. Niet dat ik zo’n sjakosjenmadam ben die elke reden aanwendt een nieuw exemplaar de kast in te kunnen smijten, maar in de mand vol kleurrijke tasjes, versleten exemplaren met nostalgische waarde en talloze hopeloze kapotte-rits-gevalletjes kon ik niets vinden die mij de nodige sérieux kon geven die on-ge-twij-feld bij deze job zou gaan horen. Ik kocht een braaf warmbruin rechttoe-rechtaan model dat bij iedere outfit past en waar net een A4 mapje in kon -dossiers nalezen op de trein voor die nodige sérieux, weetwel- en keek al uit naar de typische dit-is-mijn-sjakosj-inhoud foto die ik ongetwijfeld tijdens wijvenweek zou posten. Eerder hadden talloze blogsters mij jaloers gemaakt met hun gestructureerd geheel van notitieboekjes (ongekreukt!), make-uptasjes (van hippe merken en compleet gevuld!), iPhoneladers (nog maagdelijk wit!), koppijn-pilletjes (waarvan geen enkel al door het zilverpapier kwam piepen!), enzoverder waardoor ik eens diep moest zuchten bij hoe georganiseerd hun leven wel niet verliep – en daarbij horend hoe ongeorganiseerd het mijne. Voortaan zou ik òòk van alles voldoende bij hebben, en van niets te veel. Geen los kleingeld meer, geen verfrommelde kassaticketjes, geen kruimeltjes en losse balpenonderdelen meer. Altijd een nagelvijltje bij de hand.

Dat hield ik vier dagen vol. Ik vond mijn handtas eigenlijk toch maar saai, en eigenlijk veil ik sowieso mijn nagels amper tot nooit.

Story of my life: in het diepst van mijn gedachten draag ik iedere dag perfect vallende retrojurkjes met bijpassende hoge hakken, en kom ik niet buiten zonder roodgestifte lippen en zwoel-onschuldig be-eyelinerde bambi-ogen. Ben ik steeds alleen maar de elegantie zelve. Helaas: hoge hakken dienen niet om naar de trein te hollen, is mijn zalig figuur inmiddels toch ook al zo’n tien kilo geleden en lukt het zelden om om zes uur ‘s ochtends met vaste hand mijn gelaat te beschilderen. Ben ik het soort meisje dat overal tegen aan loopt en alles laat vallen en dan liefst ook nog rode kaken krijgt.

Op één of andere manier raken mijn jasjes meteen gekreukt, slaag ik er zelden in mijn nagels lang genoeg te laten drogen en zie ik in raamweerspiegelingen enkel een verwaaide coupe passeren. Oorbellen en nagellak: ik koop er in alle mogelijke kleuren om bij elke outfit perfect te kunnen matchen, maar in the end vergeet ik ze of speelt de kat ze kwijt op de cruciale momenten.

Ooit komt het wel goed, blijf ik dan denken.
En zal ik leren dat ik wel een nieuwe sjakosj, maar geen nieuwe identiteit kan kopen.

Ander en beter

Vierde keer, goede keer. Ik hoop dat het nu voor echt is. Long-term.

De eerste duurde zes jaar. Wat lang is, voor zo’n eerste. Begonnen als onervaren jonkie en doorgegroeid tot nietsontzienende diva. Het was vooral vrolijk, allemaal, lichtvoetig maar vooral ook: vuil. Fysiek intens. Ik was er kapot van, iedere dag opnieuw. Ik hield geen energie meer over voor andere leuke zaken, en ik wilde nog zo veel zien van de wereld. Zo veel bijleren.
De eerste werd een vanzelfsprekendheid, terwijl we wisten dat het ooit moest eindigen. En plots was het overal elders beter, hakte ik de knoop door, en veegde ik met één gesprek zes jaar van de kaart. We zouden beiden nog lang en gelukkig leven, maar nooit meer samen.

De tweede was erg dicht bij huis. Misschien had ik ‘m daarvoor wel gekozen. Met een aarzelend begin maar met razendsnelle evolutie. Ik herontdekte mijn creativiteit. Als ik iets heb geleerd uit de tweede, dan is het het aanvaarden van kritiek: na die eerste zes jaar was ik zo geroutineerd dat alles nieuw was nu, en dat was vaak slikken. Maar ik groeide en greep kansen, en had intussen zorgeloze lol. En toch: bij iedereen die ons samen zag, las ik ‘is het dat maar’ in de ogen. Ik kon beter krijgen. Ik wou beter kunnen krijgen. Waardoor toen nummer drie zich na een klein jaartje kwam aanbieden, ik alles op een dag of drie wist af te handelen en in het diepe sprong.

Nummer drie was mooier, meer volwassen en had meer sérieux. Het duurde niet lang of ik kwam er achter dat het dat niet was waar ik op zoek naar was. Met nummer drie was het gedoemd te mislukken. Hoe identieke golflengtes zo cruciaal zijn, zelfs al wil je allebei nog zo graag. Ik had er meer van verwacht en had dikke spijt dat ik de tweede zo achteloos achter mij had gelaten. Ik heb het nog proberen rekken, maar uiteindelijk kozen we voor de korte pijn. In mijn hoofd telt het niet eens. Zes maanden gapende leegte met alleen maar herinneringen aan de tweede.

Die wou me erg graag terug en hoewel het idee aanlokkelijk leek gunde ik mezelf de tijd goed rond te kijken: ik wou een andere wei. Ik wou de langetermijnsverstandhouding van de eerste, de creativiteit van bij de tweede, de sérieux van de derde, maar vooral meer capaciteiten tout-court. Ik wilde net genoeg uitdaging om de grenzen van mijn kunnen af te tasten, maar ook voldoende energie over kunnen houden voor leuks & licht & luchtig. Voor hele grote avonturen, maar ook voor kleine, zoals ‘s avonds samen de afwas doen.

Wie zoekt die vindt of krijgt soms iets in de schoot geworpen: nog geen maand geleden tekende ik het contract bij mijn vierde. Helemaal anders, uitdagender dan de vorige drie carrières samen, in een heel erg groot gebouw met meer mensen in dan ik op een jaar tijd kan leren kennen. Met voortaan dossiers in mijn sjakosj, en koffie op de vergadering. Met deadlines en met het puntje van mijn tong uit mijn mond grafisch puntjes op de i zetten. Maar ook lange lunchbreaks op het leukste plein van ‘t stad, eindelijk erkenning voor mijn feilloze dt-kennis en met heropwaardering van de onnozele grapjes. En ik mag soms een beetje girly geeky doen zonder scheef bekeken te worden.

En dat ik dan enkel kan zeggen zoals dat gaat in ge-krijgt-de-job-gesprekken: ik kijk uit naar de samenwerking.

En wié had ik hier even -heel efkes maar- bij z’n pietje, hé?

Allez hop, dan.

Impulsieve lunchdate met K. in A. Moeten we meer doen.

En dan: de onafwendbare vraag, zoals dat gaat als ge nog eens met bloggers-van-toen een stukske quiche eet: wanneer begint ge nu terug met bloggen?

Euhhmm, zei ik. Ik heb schrik. Wat als ik het na twee weken beu ben? Wat als ik niet goed genoeg meer schrijf? En mijn layout moet helemaal anders en dat is zoveel werk. En vooral: mijn leven is ook helemaal niet meer zo spannend. Uitroepteken! Wapperende armen alom daar, achter dat stukske quiche.

Allemaal bullshit, zei ze. Gewoon. Doen.

De 158 vorige berichten heb ik  privé gevinkt. Wiedewiedewiet, ze zijn er wel maar ge ziet ze niet. Omdat de avonturen van toen avonturen van toen zijn. Omdat ik stukskes naïviteit ben kwijtgespeeld, onderweg. -Heb er intussen een paar weer opgeraapt.- Omdat ik de keerzijde ken van dat weleer gerelativeer. Omdat de jongens waarover ze gingen, intussen vader zijn geworden of alleszins helemaal uit mijn leven, de verdrietjes zijn weggesijpeld en ik, op andere manieren, ook nu nog steeds bijlange niet perfect ben en nooit zal zijn.

Voila, een nieuw begin, a whole new world, intussen bijna 30 -stokoud- zeg, en verder zien we wel hoe dat dat hier gaat gaan!