Gearchiveerd onder: Uncategorized
Om te beginnen gewoon eens kijken wat als. Of er nog wel iemand misschien hier? En zo ja dan nog?
Want ik denk dat het wel kan. Mag. Grààg.
Nu ik nog. Goesting!
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Voor wie het nog niet had opgemerkt: eigenlijk was ik al efkes weg, maar nu is alles dus ook officieel leeg. Honderdvijftig-en-een-klets warmgekoesterde schrijfsels in mijn intern archief opgeborgen. Hoofdstuk afgesloten.
Het is tijd voor iets nieuws. Ik weet al ongeveer wat, maar ik weet nog niet wanneer. (Gedenk mij in uw feedreader en u komt het als eerste te weten.)
Eerst op het menu: keuzes maken. Welke kleur ik op mijn slaapkamermuur wil bijvoorbeeld. Maraschino Mocha of Velvet Trufle of Rum Caramel of nog iets anders waarvan de naam mij goesting doet krijgen in decadente koffie met decadent gebak in een chesterfield met jazz op de achtergrond. Dat wil ik ook nog wel worden, verdorie: kleurnamenbedenker. Ik kan de Brico niet meer binnenkomen zonder met speeksel in de mond weer buiten te gaan. De Brico is gehelegans mijn nieuwe favoriete winkel geworden, overigens, hoe onromantisch het ook klinkt. Wekelijks ga ik er strelend met mijn hand over sierprofielen, sta peinzend voor het rek met 150 soorten scharniertjes, kuier ik tussen twintigduizend soorten vernis, vertwijfel mezelf terwijl ik het hoofd wat schuin hou of ik bruin dan wel grijs schuurpapier zou nemen. Keuzes! Ik word daar rustig van, van de Brico, en ik kan er dromen. (Nog 23 dagen … ik tel zo hard af dat zelfs mijn msncontactpersonenlijst mee moet tellen.)
Maar goed. Ik dwaal weer af en ik moet eigenlijk flink zijn. Einde dus. Tot ooit, hier of elders. En hey, eigenlijk heet ik gewoon Annemie, dus, hee!
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Ik vind u sexy. Ik vind u mmrrwhmm-sexy, als ge -surprise!- aan komt wandelen in uw streepkestrui, met versgewassen krullen en op uw teensleffers, in het cafeetje waarvan je wist dat ik er die avond met mijn vriendinnen zou zitten. Ge hebt een kadootje bij, een verschrikkelijk onromantisch kadootje, maar het is iets waar we het op ons allereerste afspraakje, een half jaar geleden, over hadden. En ik vind dat sexy. Dat ge u dat nog herinnerde, en dat ge er uw streepkestrui voor hebt aangetrokken.
Ge kunt mij krijgen. Zo hard. Onder andere wanneer we in de tuin ontbijten, en hoe je dan “Dit is toch echt mooi, he” kan zuchten.
Alles komt bij u uit onverwachte hoeken. Zomaartelefoontjes bijvoorbeeld, want ge wilde mij toch nog efkes horen, als ge op de weg-weer-naar-huis zijt van barbecues of lange werkdagen of familiebezoekjes. “Zijt ge wéér aant bellen terwijl ge rijdt!?”, en ik probeer zo boos mogelijk te klinken, maar daar is dan niets dan liefde aan, hoor.
Je bent zo mooi. Zo naturel-mooi. We staan tegenover elkaar in de kroeg, mijn vrienden er bij, uw vrienden er bij, en de muziek staat veel te luid zodat we moeten roepen om elkaar te verstaan, maar we roepen niet graag. In de plaats daarvan kijkt ge. Ge kijkt en ademt diep in, onderwijl uw schouders ophalend, en ge blaast uit met uw breedste glimlach. “Ik ben zo gelukkig”, zo kijkt ge, hier, en nu, met ons allemaal, met u. En daar waar mijn hart was, voelt het plots aan als een wriemelend mierennest.
Hoe ge mij een glas melk geeft omdat ge weet dat ik dan beter kan slapen, en hoe we terwijl ge uw tanden poetst alvast het cd’tje kiezen waar we ‘s ochtends mee op zullen staan.
Ge zijt ongelooflijk goed voor mij, en vooral als ik er niet om vraag. Wanneer ik rugpijn heb geeft ge me uitgebreide massages, wanneer ik weer maar eens last heb van mijn polsen ook, hoe ge zegt dat ik mij voor u echt niet altijd geweldig hoef voor te doen als ik mij zo niet voel, omdat ge weet dat ik het sowieso wel ben. Wanneer mijn fiets gestolen blijkt staat ge er op sàmen naar het politiebureau te gaan, ook al weet ik dat je een superdrukvolgepropte dag hebt, en ge doet nog een omweg voorbij zowat alle bushaltes en supermarkten van drie gemeentes, om te kijken of de fiets niet ergens werd achtergelaten. Wanneer ik te verbouwereerd ben neem jij het heft in handen. Duizend kusjes geeft ge. Of toch bijna. Heel erg zacht, en ge pakt er uw tijd voor, maar altijd vastberaden. En ge wilt niks in ruil. Ge wilt nooit iets in ruil.
Hoe ik merk dat ik indruk op u wil maken, wil tonen wat mijn spieren waard zijn wanneer we meubels versjouwen, met opzet soms hardop dingen zeg waarvan ik weet dat ze u kunnen bekoren.
Hoe ik nog altijd uw gespierd lijf bewonder, stiekem, ook al heb ik het al laaang en veeeel uitgebreid bekeken.
Ik vind bijna alles aan u vertederend. Zelfs uw ochtendhumeur, nog steeds. Ik kan er verbazingwekkend goed mee om, en jij kan me verbazingwekkend goed verdragen. Zelfs wanneer ge alleen maar nors kijkt en mompelt en helemaal niet lief zijt vind ik u schattig.
Zoals ook wanneer we ‘s avond in bed de avond overlopen en ik een klein stukske van uw jaloezie merk wanneer ge me uitvraagt over wat er precies dan allemaal gezegd is toen ik net iets te lang met één van uw vrienden stond te praten.
Hoe begin je iets wat al lang bezig is?
En toch: ik mis iets tussen ons. De tss-tss-ke-boem-tsjing, de I lift you up to a higher emotion. The swing in my step, the cream in my coffee.
Ik ben uw cornflakes een beetje beu. Ik wil ook eens een pistoleetje. En ik kan nog altijd vertederd kijken naar hoe ge slaapt, maar de snurkgeluiden vind ik al pakken minder schattig. Ik vind u soms een beetje saai. Ge zijt altijd moe en uw weekends zijn allemaal hetzelfde: ze draaien om u. En ge gaat offline zonder goeiedag te zeggen, vaak. Daar ga ik van grommen, zenne!
Het is niet erg. Het maakt alles makkelijker. Ik heb u graag. Maar.
Ik zie u meer en meer de laatste tijd, en hoe meer ik u zie hoe duidelijker het wordt. Er zit maar weinig vuur in onze gesprekken. Er is geen wauw!-factor. We nemen elkaar zo zoals we zijn, zo vanzelfsprekend. Ik merk dat ik geen moeite doe u aan te trekken, af te stoten, uit te dagen. Soms zie ik u flirten. Met mij. Ge wilt mij veroveren. “Doe niet zo belachelijk”, denk ik dan, besef ik dan achteraf dat ik dat dacht, “ge hebt mij toch al lang? Doe eens normaal!” Dat zou ik dan niet mogen denken, denk ik dan.
Het is zo fijn ademen met u. Maar zou het niet om de ademlóze momenten moeten draaien?
Hoe eindig je iets wat nooit is begonnen?
En toch: blijft ge nog efkes? Of nog lang?
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Ik wil niet beweren dat de wereld om mij moet draaien, maar ik had het fijn gevonden als ze mij gevraagd had hoe het nu met mij ging. Ze was één de weinigen die ik in vertrouwen had genomen. En ja, ze was erg lief geweest, maar daarna ook erg Er Niet. In plaats van te vragen hoe het nu met mij ging zei ze nee op mijn superexclusieve uitnodiging om de binnenkant van mijn huis in het echt te gaan zien. Ik had er namelijk nog zesendertig kruisjes op het plafond te zetten. Ik moest nog kijken hoe groen mijn gras wel niet was en hoe hoog precies de lavabo’s van mijn planken vloer stonden. Eenenzeventigeneenhalve centimeter. Dus ja.
Deze ochtend vroeg ze het wel. Ik zei ‘Bwaa’ terwijl ik eigenlijk wilde zeggen dat heel slecht en dat heel goed en ik mis uw broer zo maar al een chance dat mijn haar zo goed zit de laatste dagen en nog wat gedramatiseer en mijn frou is geknipt en zieligheid en vandaag draag ik twee soorten oranje én twee soorten groen en nog altijd soms eenzaam en jeuj! ik heb een cupcakesbakboek gekocht! Maar ik zei dus ‘bwaa’ en zei vroeg ‘bwaa?’ en toen zei ik ‘ja, hoofdpijn. Kater?’ en zij ‘Ah! Haha! Okee!’. Toen kon ik mezelf wel voor het hoofd slaan. Dat van die hoofdpijn was niet gelogen, maar achter mijn ‘bwaa’ lag mijn ganse wereld, en ik had die haar niet kunnen laten zien. Dus als ik haar vanavond zie, zal ze misschien vragen hoe het met mij is, doelend op de hoofdpijn en of die verdwenen is, en is ze zich verder van mijn wereld niet bewust.
Vriend G. deed het anders. Vriend G. was ook één van de weinigen die ik blablibloeblabla, maar hij smste en belde en bleef bellen ook toen ik niet opnam omdat hij weet dat dat ook helpt, bellen wanneer ik niet opneem. Hij stuurde een mail, een lange, met diepgravende analyses en conclusies, die hij nummerde, als ware zijn mail een wetenschappelijk onderzoek. “Je bent een knappe en interessante vrouw met heel veel zelfkennis en kwaliteiten” stond er ergens in het midden, en zo’n zin is een thesis op zich, natuurlijk. Na zijn mail smste hij nog wat en gisteren gingen we dansen. Hij gaf mij gemeende knuffels en veel armkneepjes en lieve zoenen, omdat dat nu eenmaal soms de beste manier is om bepaalde dingen aan te tonen, Elkaar Tof Vinden bijvoorbeeld, ook al zal ik voor de rest van onze beide levens te weinig piemel aan mijn lijf hebben om hem écht te kunnen bekoren.
(Ik heb helemaal geen piemel aan mijn lijf, meer nog, nu meer dan ooit besef ik hoe wijf ik wel niet ben, denk en doe als een wijf, mezelf niet altijd onder controle kan houden ook al bedoel ik het allemaal zo goed. Zoals toen onlangs mijn liefste die mijn lief niet is mij ‘s nachts belde. Ik lag al in bed, te doen alsof ik sliep, maar ik nam toch maar op omdat ik anders misschien wel nooit zou kunnen horen wat hij te zeggen had. Wat hij te zeggen had was niet veel, hij was enkel aan mij aan het denken en dat wou hij laten weten, zoals ook ik hem niet veel te zeggen had maar wel al vijf uur aan een stuk lag en stond en zat te denken aan hem. ‘Ja’, zei ik, ‘okee dan’, ‘hmmm’. Ik was een teleurgestelde vrouw en ik vond dat ik dat moest laten weten door kortafheid en verwijtende ondertoon, ook al was het maar de verwijtende ondertoon van het woordje ‘hmmm’. En terwijl ik het druk had met zo weinig mogelijk te zeggen, omdat ik dacht dat ik hem daar mee zou kunnen straffen, was ik eigenlijk alleen maar heel erg blij dat hij op dat moment met mij aan het telefoneren was. En dat ik hem he-le-maal niets kon verwijten. Dat ik alleen maar had gevonden dat de wereld even om mij had moeten draaien, en dat het wijf in mij dat even lekker wilde dramatiseren, omdat als we ons in een slachtofferrol steken er misschien wel extra voor ons wordt gezorgd. Want in the end is dat het enige dat een wijf wil, hoor: verzorgd worden. Dus toen we inlegden was de enige die gestraft was ikzelf. Ik had mij als een trut gedragen en trutten worden helemaal niet verzorgd. Dus ik stuurde nog een smsje, om mijn liefheid even recht te zetten, en hem te danken voor de zijne, werd dat toch wel niet zowat mijn allerliefste smsje ooit, zeker? Evenwicht, Vuur, probeer eens wat aan evenwicht te doen. Slaag ik er in om wekenlang de onafhankelijke vrouw te spelen, verkloot ik dat door boempatat mijn gans hart op tafel te smijten. Blaadje sla erbij en ‘t is klaar om te verorberen. Mannen lopen panisch weg van plotsklaps in hun schoot geworpen emoties, dat cliché is een stelling die niet langer bewezen moet worden. Terwijl ik mijn ‘Gewoon, ik heb u graag, ik wil graag bij u zijn -maar daarom nog geen kinderen van u-, vaak maar niet voortdurend’ meestal maskeer met afstandelijke luchtigheid, en dan soms met openbarende hartstochtelijkheden. Vuur, meisje, je hebt nog véél te leren over de snelweg tussen Mars & Venus. Gij onvoorspelbaar wijf.)
Maar goed. Het verschil tussen haar en vriend G. lijkt misschien groot, maar is eigenlijk miniem. Het doet mij nadenken dat iedereen altijd anders handelt dan je zou willen verwachten. En dat ik het feit of ik mij al dan niet beter voel dan een week geleden niet mag laten afhangen van hoe sommige mensen op mij reageren. Ja, soms ben ik kattig. Meestal ben ik bewust van wat voor soort handschoenen ik met mezelf hoor bij te leveren. Vaak ook niet. Dan moet ik inzien dat anderen ook niet het juiste paar uit het niets kunnen toveren. En hoe het met mij gaat? Bwaa.
Maar vooral heb ik nu hoofdpijn. Katerhoofdpijn.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Zo immens veel gedane zaken waar ik over kan bloggen, en des te minder tijd om er over te schrijven. Schade, schande, gezonde zonde! Het gaat er niet beter op worden: de zes komende weken staat mijn agenda -nog steeds- volgepland met allerlei leuks. Ik ga nauwelijks de Bwards halen, babies.
+ Ik was nog eens gastvrouw. Tien amigos in mijnne living. Vijf mannen, vijf vrouwen, want evenwicht moet er zijn. Frietjes in de zetel, terwijl we de camerabeelden van hoe de frientjes die frietjes waren gaan halen bekeken. Toen het eten op was, gingen alle vijf de vrouwen door. Bleef ik nog over met vijf mannen. Junglespeed aan mijn eettafel, goocheltrucs, en een zelfverzonnen versie van President, waar ik nooit ‘kuisvrouw’ of ‘hoer’ was, tot spijt van mijn mannen. En in tegenstelling tot mijn mannen. Als president zorgde ik goed voor mijn onderdanen, maar toen ook het bier op was, gingen er twee naar moeder de vrouw, en bleef ik over met nog drie: hij die ooit mocht proeven hoe mijn kussen kunnen smaken, Vriend G. die mij op mijn verjaardag een bbq aan de kaaien bezorgde, en hij die wildbemaand en blootbeborst het mooist gitaar speelde in Barcelona deze zomer. Het was al lang nacht, intussen. Mijn drie mannen kropen achter mijn piano terwijl ik er languit in de zetel een beetje bij ging liggen zingen. Zo kwamen we tot de vaststelling dat er een akkoordenschema bestaat waar je zowat àlles mee kunt begeleiden: van Go West tot heel wat Samson&Gert, van Scatman John tot Coolio, IkBenVandaagZoVrolijkIkWouDatIkJouWasVliegMetMeMeeNaarDeRegenboog: alles, alles, alles. C G Am Em F C F G, baby. Wooooord.
En toen er eindelijk werd doorgegaan deden we dat waar we goed in zijn: niet doorgaan, maar nog een halfuur leuteren terwijl ik in mijn voordeur sta te bibberen en zij slechts millimetergewijs de oprit afschuifelen. Het briljanste idee van de avond ontbroeide daar. Wij gaan er voor zorgen dat de avond voor Valentijn de wereld heel even beter word. Of toch tenminste het klein stukje wereld that is onze neighbourhood, yo.
+ Ik had een luie-avond-film-in-bed-date. Ik belde aan. De deur werd opengedaan. “Dag schoonheid! Hoe is het met u & uw geweldig leven!” Ik kreeg een dikke zoen. “En ge ruikt weeral zo lekker, zeg!” Het is altijd fijn enthousiast en bejubelend begroet te worden, dat wel. Het ding is dat het de vader van mijn luie-avond-film-in-bed-date was, die dat deed. “Uw vader is toch een pateeke, hoor” zei ik tegen mijn date. “Och, zwijgt mij er van!” En we kropen lui in bed en we kwamen er pas uit toen we zelfs te moe waren om lui in bed te liggen.
+ Dagje vrij + wel wat budget = we moeten toch ‘ns één dag gaan soldenen, niewoar? Nie woar dus. Gans Antwerpen én Wijnegem ging er aan, en ik kocht niet één kledingstuk. Niet één. Omdat ik eigenlijk alles al heb, besefte ik daar stilaan. Fluosokken, little black dresses, iets okergeels, een retro hemdje, eender wat: van alles dat ik vastnam omdat het mij leuk leek, moest ik toegeven dat ik al iets gelijkaardigs in één van mijn drie kleerkasten had steken. You need less to become more, dus eens thuis elimineerde ik de helft van alles. Fok maat, dat deed deugd! Als een ware Romeinse keizerin besliste ik met mijn duim over leven of dood van mijn bezit. Twaalf paar schoenen, honderdvijftien (115!) kleedsels en acht sjakosjen werden in dozen gepropt en verspreid over drie verschillende goede doelen. Ik ben weer helemaal zen, nu. Aaaaaoooommmm.
+ Ik was in een andere zetel dan de mijne gaan hangen en dus volledig uit het oog verloren dat ik die avond wel eens op tv kon komen. Tot er een aantal smsjes binnenstroomden van spotters. Vanuit professioneel standpunt werd ik als zogenaamde vakexperte geïnterviewd door een ex-Miss België (ha!ha!ha!), en de spotters zagen dat het goed was. Wat effectief goed was: mijn grieksgebruinde onderarmen met bijhorend rinkelend zilver werden mooi in beeld gebracht, en mijn naam was goed gespeld. Wat minder goed was: ik werd ondertiteld (eik!) omdat ik te snel praatte, en mijn beroep was helemaal fout geschreven. Verder vind ik dat ik -ook op tv- lief kan glimlachen. Heel stom wel dat er van een halfuurdurend gesprek zo weinig wordt getoond, maar dat had ik kunnen denken. Onze pr-manager loofde me omdat ik bewust zo veel mogelijk ons logo in beeld had gebracht -ik begin de truukjes te kennen- en voila, ok, dat was dan dat. Mijn mama wint de prijs voor meest originele reactie, overigens: “Nu vond ik altijd dat ik een knappe dochter had, maar als ge u zo naast die ex-Miss België ziet staan, daar kunt ge toch lang niet aan tippen, zunne.” Mijn mama is soms heel erg in-your-face. And I like it.
+ Mijn werkvloer zorgt wel voor meer interessante momenten. Spannende dingen die wij beleven, jom! Of het nu het van op afstand ontsteken van een warmtekanon is, of ons dagelijks sextalk-uurtje (“Vandaag op het programma: Uw avontuurlijkste locatie ooit”) wij beleven hilariteit en broederlijkheid en zijn daartijdens ook nog eens onmenselijk productief. We kijken met opzet net iets te lang die ene knappe architect na, gaan lunchen in elkaars living, richten Facebookgroepen op en combineren basilicumtoastjes met choco. En gisteren zei ik tegen mijn baas: “Neen, nu is het hier net een kleuterklas. Het laatste restje prestige dat aan ons imago kleefde, is nu echt wel weg. Als je dan toch met geld wil smijten, doe het dan op zijn minst in stijl” Daar kickte ik op, op de monden die toen achter zijn rug openvielen. Maar ik heb het gedurfd en ik werd er voor gewaardeerd, en qua spannendheid kon het tellen.
En verder vind ik het jammer dat mijn weinige uurtjes thuis soms volledig wegzakken in luiheid. Het gebeurt dat ik op een ganse avond niets zinnigs heb gedaan buiten drie online bankverrichtingen & twee gewonnen mijnenvegersspelletjes. Damn you, blogosfeer. Moest ik betaald worden voor de uren die ik in u steek, ik had mij al een villa in Brasschaat kunnen permitteren. Of, wacht eens …
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Zesenzestig zoenen gaf ik, zesenzestig welgetelde zoenen. Rond zes over twaalf was ik daar zo moe van dat ik mij een weinig later in de zetel neerplofte. ‘Aaaaaagh’, deed ik, en ik maakte er mijn longen mee leeg.
Samen met die lucht ontsnapte nul zeven uit mijn lijf. Alle zever, alle zorgen, alle zoetigheid ook, van het voorbije jaar zweefden even in een ballon boven mijn hoofd, tot één van mijn tweeëntwintig vrienden er in prikte en me vroeg of ik niet nog eens wilde tonen hoe je nu weer moest jumpen. Ik smeerde nog wat dipsaus op een toastje, slikte het laatste restje champagne weg en huppelde schijnbaar onnadenkend de jumpvloer op.
Ziezo, dat hadden we dan ook weeral gehad, dat jaar. Piece of cake!
Het was een heerlijke nacht. We aten zo veel verschillende dingen dat ik er drie vuurstukjes mee zou kunnen vullen (en is het u al opgevallen dat die soms erg lang durven zijn?), Haynée deed Regi na, er was een complimentenenveloppenwaslijn, het lief en het exlief van Haynée improviseerden een hilarisch keukentoneeltje, ik beantwoordde smsjes, ik kreeg vluchtinstructies na het afgeven van mijn zelfgeprint vliegticket, sommigen bleken plots overenthousiaste Celine Dion playbackers, ik beantwoordde smsjes niet, er waren blacklights en familiefoto’s. Drie uur duurde het eer al onze kadootjes uitgepakt waren, en toen het bijna ochtend was ging het ganse Beatlesoeuvre er aan op de piano.
Eerder had ik geWii’d, kerststronk gegeten tot het mij de fucking strot uitkwam, mijn jaar officieel geëvalueerd in stamkroeg B. en mij volledig overwerkt. Ik zag mijn moeder zich verslikken in haar kerstkalkoen-drijvend-in-eigen-nat toen ik mijn nichtjes toevertrouwde dat ik het resultaat van die ene geslachtsoperatie wel eens in levende euh … lijve wilde zien, ik schuifde uuuren aan in supermarktrijen, verzon een thema voor onze kerstboom (“Neorussische etnokitsch”, en boooy, does it look like that!) en waagde mij aan Love Actually.
Dus toen ik op één januari in een bed kroop, niet het mijne maar wel minstens zo gezellig, dacht ik dat van zodra ik mijn ogen zou sluiten, alles achter zou worden gelaten, dat ik als een ander mens zou wakker worden, in een nieuw jaar, en dat alles gereset zou zijn, tot op nul. Alsof tweeduizendacht een woekerhagenoverwinnende prins is die er voor zorgt dat doornroosje -ik dus- nooit meer dezelfde zal zijn eens ze door hem werd wakkergekust.
Maar ik werd wakker en alles was nog steeds hetzelfde: mijn sprookjesschoentjes stonden naast mijn bed, beneden zaten een tiental van mijn vrienden aan de koffie, overal in huis slingerden nog restjes feest rond, er was niks spectaculairs gebeurd volgens het eerste radionieuws van het jaar, Haynée had het grootste slaaphoofd van allemaal, en de afwas was al gedaan.
‘Gelukkig maar!’ verzuchtte ik. Ik voel me thuis in vanzelfsprekendheid.
En zo bedacht ik dat tijdens die paar magische uurtjes slaap, tussen oud en nieuw, mijn ganse rejuvenationproces niét had plaatsgevonden, maar dat ik gewoon al een beetje op voorhand had uitgerust. Weer op adem was gekomen, misschien, maar dan vantevoren. Want moe zijn, dat zal ik. Dat is mijn enige goede voornemen. Ik zal moe zijn van het lachen. Van mijn talenten & kwaliteiten te herontdekken, uit te diepen en beter te benutten. Van wat sociale intelligentie betreft naar een hoger niveau te streven, van het lezen van vele boeken, het kopen van een huis, het vinden van iemand die er even hard voor wilt gaan als ik, het halen van een rijbewijs, het reizen, zingen, en niets.dan.vuren. En van het jumpen, dat ook, ja. Een mooi jaar is niet compleet als er niet af en toe een beetje gejumpt werd.
Enfin, dat u allen vaak mag zeggen ‘Fjoe! Daar moet ik nu toch efkes van op adem komen!’ En dat u die adem dan moeiteloos hervindt.
(Overigens, als ik bij de Bwards bij de eerste tien eindig, zal ik op de occasionele dansvloer aldaar een stukje van mijn jumpkunnen performen.)
Gearchiveerd onder: Uncategorized
+ Ik kreeg een all areas-badge in Ancienne Belgique waardoor ik backstage kon -uiteraard- en mocht drinken van de pintjes die eigenlijk voor de performers bedoeld waren en mee roadie was door achteraf hele dure boxen en instrumenten enz mee op te ruimen en handdoeken met beroemd zweet op kon rapen en mij afvroeg of ik er misschien geld voor kon krijgen op eBay. Coooo-hooool!
+ Ik ging naar Clouseau. Op zich niet zo heel bijzonder, maar op weg naar het Sportpaleis zei ik tegen mijn compagnon: Ik heb ooit nog gewerkt in het Sportpaleis. En toen zei die compagnon: Ik heb ooit nog ópgetreden in het Sportpaleis. En dat was arrogant, maar waar. As a matter of fact, hij had er vijf dagen daarvoor opgetreden, en nu wou hij gewoon mijnne compagnon zijn. Hoe cool is dat.
+ ‘Ik heb eindelijk die hoop strijk weggekregen, gisterenavond’, vertelde ik een werkmakker. En toen zei zij: ‘Oh! Gisteren was het eerst wat saai maar toen hoorde ik luide muziek uit de kamer van Flip Kowlier en toen zijn we daar gaan kijken en Kris Wauters was daar ook. En toen is het toch nog laat geworden.’ ‘Oh,’ zei ik, ‘in het leven moeten er mensen zijn die afterparty’s houden met Kris Wauters, en mensen zijn die de vuilniszakken buitenzetten’. Waarop ik de vuilniszak nam en hem buiten zette. Dat was vooral heel cool voor haar.
+ Wij raakten des nachte buitengesloten van een duistere parking in het Brusselse. Avontuur, avontuur! Uiteindelijk is het ons uiteraard gelukt vooralsnog onze auto te bemachtigen, maar toen kreeg de BV in onze auto telefoon dat hij zijn rugzak was vergeten, waarop we rondzworven door achtersteegjes en uiteindelijk belandden op een, euh, afterparty? Die bestond uit autokoffer open, muziek eruit, booze van de nachtwinkel en hangin’ around in the chilling cold. Enfin, en toen heb ik dus pintjes staan drinken met de zoon van Jean Blaute. En daarna nog pita. En dat ik veueueuls te laat in mijn bed lag. Vooral de nachtelijke Brusselse buitenlucht was heel cool.
Genoeg starfuckerij voor een gans jaar, kweett. De nulmeridiaan loopt wel degelijk door mijn gat.
+ Een badmatje, drie zakken popcorn, fotopapier, vier opruimboxen, inpaklint, drie rollekes Werther’s Echte, 10 candy canes en suikerspin-in-een-potteke gekocht voor maar TWAALF EURO alles bij elkaar (l)(l)(l) is toch ook wel heel erg cool.
+ Ik heb een betrekkelijk grote vogel vastgehouden zodat de veearts hem kon laten inslapen. Ik ben heel flink gebleven, echt waar, en die dapperheid vond ik cool.
+ Verder waren er dinges als: naar Ikea gaan, honderd Facebookvrienden hebben, de grote officiële wedstrijd ‘Zoek onze makker want we hebben haar al zes weken niet gehoord of gezien’, oudjaarsplannen, het feit dat ik bergen ga beklimmen met ouders en zuslief (aaaaaah!)(de intonatie van ‘aaaaah’ mag u interpreteren naar keuze), het opdirken der kerstboom, mijn fabuleuze kadootjesinpaktechnieken, mijn buurvrouw die smst ‘ga eens een dansje doen achter uw badkamerraam want ik wil u nog eens zien’, met aangedampte ruiten -want de ventilator is kapot- in een verlaten straat racen met dit liedje KEILUID en twéé keer geflitst worden en het niet erg vinden want komaan, we waren net zo fijn aan het meezingen. En makkerschap in het algemeen.
+ ‘Cool’ is een heel stom woord, en alles is relatief.
En vandaag had ik even geen zin in grammatica.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Terwijl Sinterklaas zijn pruiken weer stilaan in de respectievelijke dozen steekt, talloze kindervingertjes plakken van het mandarijntjessap, de brede glimlachen van mijn werkmakkers bevlekt zijn vol chocoladeveegjes en her en der -wat zeg ik, overal- de meisjes aan het bloemschikken slaan en de jongens kerstbomen beginnen aan- en afslepen,
ben ik -druk zoals steeds tevoren-
aan het verzuchten dat ik mij stilaan oud voel worden “misschien blijf ik toch maar thuis, om wat te strijken, en daarna een lang bad” terwijl ik twintig minuten later dan toch op een trein zit naar Leuven, er aan de tafel zit met dertien soulmates en evenveel soorten pizza, te horen krijg dat ik zo’n malse lekkere poep heb, en ik zooo keihard lach tot mijn glimlachspieren keihard pijn doen (de enige spieren die ik iedere dag tracht te fitnessen), zooo keihard zing tot mijn keelspieren keihard pijn doen (alleen maar omdat de akoestiek zo goed was in de afwaskeuken), ik recht moet staan om een joelend applaus in ontvangst te nemen (“Op de stoel! Op de stoel!”, werd er gescandeerd, maar dat vond ik erover gaan), platgeknuffeld werd door zuslief -die bovendien vanaf morgen weer helemaal volgelvrij wordt verklaard en dat is pas wie-waa-wooh-nieuws- en glimlachend dichtsoes wanneer ik ‘s nachts tijdens mijn lift huiswaarts bedenk dat ik voor hetzelfde geld (of nee, zes euro en een gopassvakje minder) dit had gemist, en dat het er allemaal niet toe doet dat er ‘s ochtends op tijd op werkvloeren moet worden verschenen -die slaap haal ik wel in als ik op pensioen ben-
en toch ook weer werkaholisch: in heerlijke huizen die ik anders enkel in boekjes zou zien, maar nu zelfs nog mooier mag maken, op televisieschermen als ik mijn eigen beveiligingscamerabeelden zie, in headquarters van sjieke ketens, met drie grieten in de sprintercockpit flirtend toeterend als we drie kerels in een camionette zien, of in de VTM-gebouwen, of met mijn kopje schuin voor een gi-gan-tic vogelkooi, omdat die ene beo zo raar aan het hoesten is. Ik klop 57,5 uren per week, tegenwoordig, maar boy-do-I-love-my-job. En laat ons even eerlijk rechtuit arrogant zijn: you can marry me for my heritage, het geld wordt in bakken aangevoerd.
Ik had mijn schoentje niet gezet rettekentet, maar St. Erklaas was zo origineel dit jaar om zelf twee paar schoentjes naar de schoenmaker te brengen, zodat er vanochtend toch iets leuks bij de haard lag: versgelapt leer en nieuwe hakjes. Er lag een brief bij in sierlijk handschrift: Wanneer begin je aan je rijbewijs? Tot dan …
Stel dat dat in april zou zijn, zou St. Erklaas dan effe heen en weer komen pendelen?
Overigens stond er vandaag een door mij verzonnen woord -ooit in primeur verdoken verschenen in een blogstukje- geblokletterd in de krant: mijn gelukkigste 7,5 cm² van de dag.
Ook kreeg ik een CV binnen met uiterstoriginele motivatie en de bijhorende foto bezat een vette knipoog en twee duimen -goed voor veertien bonuspunten-: mijn glimlachendste printoutjes van de dag.
“Relevante ervaring: geen, maar dit wordt gecompenseerd door mijn enorm enthousiasme”, stond er op, en laat dat nu net dat zijn wat ik tot levensfilosofie heb betiteld. (Noem mij naïef, maar ik vind ‘willen’ nog altijd een beetje belangrijker dan ‘kunnen’, bovendien zijn er talloze facetten des leven waar ik amper iets van bak, maar mij toch aangenaam kunnen doen gloeien)
en is het u ook al opgevallen dat ‘finishing touch’ Engels is voor ‘beëindigende aanraking’?
Ik dacht: ik schrijf raprap iets, zo voor ik verse lakens en mijzelf op het bed smijt, het hoeft vandaag op niet veel te trekken, maar kijk: plots staan daar 602 woorden waar ik eigenlijk-valt-alles-toch-weer-goed-mee van wordt, en de weg lijkt weer maar eens beplaveid met zaligheid, maar met zaligheid moet ge oppassen, want voor ge het weet glijdt ge uit op de snottende bladeren die óók op die weg liggen. Sniejerg. St. Erklaas zal mijn kapotte fiets dan wel laten repareren, en Z. Piet verplichten een opleiding Snit & Naad te volgen. Rectificatie: 710 woorden.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
+ We sloten de avond af met muntthee. De ganse posse aan de langste tafel van stamrestaurant T. -uiterààrd- met niks dan hihilarische conversaties achter de rug. Komt er een jongen binnen. “Aah, dat is een vriend van mij! Komt erbij, komt erbij!”. Twintig meisjesogen op hem gericht: “Hallo, ik ben Jacob.” Stilte. Die van links naast mij giechelde: “De ware!!??” Jaaaaaaa! kresten we, “De ware Jacob!” Komt naast mij zitten, nee, naast mij! En er werd op stoelen geschoven zodat er hoekjes vrijkwamen die heus groot genoeg waren. De ware Jacob hebben we de rest van de avond amper gehoord. Het was een scène die niet zou misstaan in iets Love Actually-achtigs. Ik denk dat wij soms geen gemakkelijk gezelschap zijn.
+ Als de ganse wereld samenspant en beweert dat Spice Girls GIRL POWER zouden zijn, wil dat zeggen dat die wereld nog niet in de auto heeft gezeten waarin Vuur en haar twee sjoekies keihard Basement Jaxx meezingen en -drummen terwijl ze op weg zijn naar een knalloft in rood en wit om er playstation drie te gaan spelen met fuckmebotjes aan. Alleen met het volume op driehonderdtwintig en de bassen op vijfhonderddertig: Good Luck.
+ Steeds goed om gniffelgoesting te temmen: de zoekopdrachten waardoor men hier terecht komt! Deze week oa: ‘Zou ze klaargekomen zijn’, ‘wat doet een kapper eigenlijk’, ‘hoe heet is vuur’, ‘in ons blootje op het strand’, ‘soms zou ik willen dat ik de tijd kon kussen’, ‘als patient ben ik een kei’, ‘wat kun je tegen msn verslaving doen’, ‘het stinkt hier’ … en het onvermijdelijke ‘juffrouw vuur naakt’.
+ Jaaa, want met dàt laatste zal u definitely mijn hidden files kunnen ontdekken, zémorzèker. Wat de hidden files van *die andere* betreft, daarentegen … *übergniffelsuperlatief* Eigen schuld dikke bult zeg ik dan, en verder zeg ik helemaal niks.
+ Over pietjes gesproken … Marjetje had mij keihard bij het mijne! Op de laatste dag dat er gestemd kon worden vroeg ik haar (één der zeldzame irl-entourageleden die weet hebben van mijn vurig alter ego) of ze misschien toch niet ook met haar andere e-adres heimelijk bij SvhJ vakjes wou gaan aanvinken (“stem ook maar op Blogoloog en Tweeduizend en … en …, zei ik er bij). Dat deed ze, terwijl ik aan de andere kant van het msn-kotteke zat. ‘Fooo-oookkk!’, zei ze plots. Ik ‘WA??’ En toen deed ze alsof ze copy-pastete. “We merken dat je reeds gestemd hebt op niets.dan.vuur. Uw stem zal dan ook gediskwalificeerd worden, samen met alle andere wanpraktijken die uitgaan van niets.dan.vuur. Helaas!” Waarop ik een beetje misselijk werd van al dat eergevoel dat keihard uit mijn lijf aan het wegrennen was. En spijt! Spijt! Spiiijjjt! Maar okee, oef, het was dus een grapje, en niet eens zo’n slecht. Eigen schuld dikke bult zeg ik dan, en verder zeg ik heel graag alles, maar het zal voor een volgende keer zijn. Ik heb nog honderdachtentwintig kilo slaap in te halen.
Gearchiveerd onder: Uncategorized
Het is klappertandend wakkerworden wanneer de wereld ijzige helderheid in mijn gezicht gooit. Iedere ochtend redt de kou mij op het nippertje van de donsdekenverdrinkingsdood.
Het is koud, maar daar wordt ge wakker van. Het herfst, maar daar gaat ge kwetsbaarheid van inzien. Van alles, en vooral van uzelf.
Het is vreemd: zó vallen de bladeren falderaldera van de bomen, worden langzaam glibberig bruin snot op het voetpad, en zó staat ge plotseling zelf uw snot af te kuisen aan de schouders van een kameradin. Want (komaan, Vuur, ge hebt weer maar eens een stel geweldige dagen achter de rug, gij rotverwend nest – toch) ge kunt er niet aan doen dat ge gelijk een klein kind met de meest zielige bleitgeluiden verkondigt dat ge heus wel weet dat alles goedkomt, maar dat ge het nu even niet zo voelt. Achteraf moet ik daar om Lachen, sms verontschuldigend naar betreffende vrienden voor mijn Aanstellerig Gedrag, maar op die momenten voel ik Oprecht Verdriet – en dat moet eender wanneer eender bij wie altijd serieus worden genomen. De herfst doet vreemde dingen met mensen.
Maar! Het is weer zonnebanktijd! Zestien minuten instant geluk! (Twintig als ge er roodverbande blote billen bij wilt, net echt als op zo’n wawawawaanzinnig onbewoond eiland) De werkmakkers trekken er tijdens hun lunchbreak massaal naartoe, het sterkt de banden, het is iets om collectief naar uit te kijken, en wie ben ik om er dan niet aan mee te doen. We zijn tot de tanden gewapend met flesjes waarop grootse beloftes worden verkondigt, en na afloop ruiken we naar melk uit een kokosnoot. De herfst doet vreemde dingen met mensen.
En! hEb Ik Al VeRtElD dAt Ik De AlLeRbEsTe AlLeRlIeFsTe VrIeNdEn VaN dE wErElD hEb?
Vrienden die, wanneer ik uiteindelijk toch niet zo’n zin heb in een wild feestje in Brussel -wegens het vervoer en de kledij die allebei zo ingewikkeld zijn-, zeggen van ‘Kom, we halen ons frietjes en een stapel Bicky Burgers en we placeren ons voor een onnozele film in de zetel” Want herfst, dat is ook een cottage-living met een open haard (dezelfde open haard overigens waarvoor drie weken geleden nog de mooie jongen een fles rode wijn voor mij opentrok, een paar dagen voor wij onder hetzelfde televisiedekentje Canvas-documentaires bekeken, waarna die jongen geen enkel GEEN ENKEL teken van leven meer heeft gegeven, wat ik op zijn allerzachtst uitgedrukt, heel erg vreemd vind) (Maar goed, nu was het zijn zus dus, crème van een meid, met een bv als vriendje, blabliebloeblabla, en ik ken haar al langer dan drie weken, en daar ben ik op zijn allerzachtst uitgedrukt heel erg blij om) Hilarischte moment van de avond was bij binnenkomst toen ik zonder nadenken jas en schoenen begon uit te trekken, waartijdens eerder vermelde crème van een meid spontaan haar broek begon uit te trekken. Blijkbaar voelt ze zich ok bij mij, en ik vind dat ok, ha. Vreemdste moment was toen ik later die avond kennis maakte met de ouders. De ouders van de jongen met de open haard en de rode wijn dus, eigenlijk, terwijl die jongen er helemaal niet was (I Love Technotoestanden, geloof ik), wat zeg ik, terwijl die jongen zelfs eigenlijk misschien helemaal niet meer in mijn leven was. “Ha!”, zeiden ze, “Gij hebt onlangs een paar keer met onze zoon gedate, niet?” en ik zei van jaja en oewiestnu en een dag later hoorde ik dat ik volledig en al was goedgekeurd -de mama vond mij een toffe en de papa vond mij een lieve en seg! zo’n knappe jom!- terwijl de jongen met de rode wijn en de open haard dus eigenlijk al uit mijn leven is gegaloppeerd. Enfin, daar lijkt het toch op. Enfin, ik heb al snot genoeg vuil gemaakt aan mijn makkers’ schouders’, ik ga er niet nog eens woorden aan vuil maken ook. Het was gezellig cocoonen. Herfst. Eén dag later was er een dag Gent, twee valflauwerds en een steengoed concert. Waarop onverwachts eerder vermelde ouders verschenen, en ik na afloop met hen een klapke deed alsof we mekaar al jaaaaren kende, ook al had ik hen de avond ervoor maar voor het eerst gezien (en was de jongen met de rode wijn etc. al lang uit mijn leven verdwenen etc.)
Vrienden die mij overtuigen een dag congé te pakken om samen aan decadente geldwegsmijtdates te doen in A’pen-city, om dan vervolgens op het moment suprême ziek af te bellen en mij alleen laten met mijn dag congé – en mijn hopen geld. Geen probleem! Vrouwen en shoppen: ik zou er eigenlijk eens een stukske aan moeten decaderen, want het is een mysterie dat maar moeilijk ontrafeld wordt. Want eerlijk: wàt maakt het uit of ge nu blauwe, zwarte al dan niet rode bottekes aandoet onder uw jeans: tis allemaal even schoon – en toch worden wij daar gelukkig van, van dat nutteloos beslissen. Vrouwen kunnen niet ordentelijk functioneren als ze niet af en toe volledig in het nieuw worden gegoten. En daar kruipt tijd in. Veel tijd. Ik kocht mijzelf een jeans -ja! Vuur een jeans! Dat was tien jaar geleden! Ik heb er dan ook tien jaar over gedaan het juiste model en! de juiste maat! te kiezen. Vechten dat ik gedaan heb, met mijzelf, met pashokjes, met achtentwintig broeken. 29-32, zo, dat het for once and for all op papier staat en ik het nooit meer vergeet. Dat bespaart mij de volgende keer vierentwintig pasbeurten.- en verder een paar dingens met mooie kleurennamen als mosterdgeel, frambozenrood en boswachtersgroen.
Vrienden die mij om mijn intelligentie (?) bejubelen als ik hen vertel dat mijn 30-days-trial van Photoshop ging aflopen, en ik daardoor op het idee kwam Photoshop op de laatste dag te openen, open te laten staan en mijn computer nu enkel nog in slaapstand zet, waardoor ik nog steeds Photoshop kan gebruiken ook al is mijn zogezegde probeerperiode voorbij.
Vrienden die mij bellen met ‘Ik heb echt iets voor uuuu! Gij en ik gaan meedoen met reality-tv!’ waardoor ik twee zaterdagen op rij voor tv zogezegd naturel deed, ik worstelde met prikkermicrofoons, binnen een straal van twee meter moest blijven bij de zogezegd verborgen camera, tien keer hetzelfde zei met telkens een andere setting achter mij, moeite had met juiste zinsstructuren, ik een opmerking kreeg over mijn te hard rinkelende oorbellen, en nu uit ondervinding kan zeggen: Reality tv is zo fake als iets. En zo word ik stilaan een echt Vijfteeveewijf.
Vrienden die mij zomaar zonder reden een dvd-speler kado doen. Maar dan echt zomaar, en echt zonder reden.
En dan waren er nog de vrienden van de werkvloer, en onze wilde bloemenbuitenzettekensavond. Stamrestaurant R. – waar ik al zes keer op rij hetzelfde bestelde gewoon omdat het zo orgasmatisch lekker is. Pas nu zette ik in het gastenboek ‘MmmmMMmMmmmmMMMM … culinair klaargekomen!’ en dat vinden ze daar niet eens erg. We sluitten de keet mee af, de kok voegde zich bij ons gezelschap (toen waren ze met veertien), we maakten nog wat lawaai, kwamen onverwacht P. tegen, trokken dan toch maar naar stamkroeg T. (toen waren ze nog met negen), en daarna naar stamkroeg R. (toen waren ze nog met zeven) waar we -wéér!- P. tegenkwamen, waar ik plots een beetje moest huilen (maar goed, misschien was het intussen één pintje te veel) maar waar het onvermijdelijk ook plots over SvhJ ging (Quote: Wow! Ik sta hier dus wel met Vuur op café, he! Daar is half blogland jaloers op! – waarop ik dertig euro uit mijn portefeuille trok en een rondje gaf, ha!). Verder was er plots ook plek voor wijze gesprekken, mooie jongens, spelmasjienen en toch-maar-geen-shotjes. Ik haakte af toen er naar stamkroeg J. werd gegaan. Graag had ik ook een leven overdag gehad. De dag erna bijvoorbeeld.
En ook die was tof. En dat was mijn week. Een week ook waarin ik weer maar eens juichte door nachtelijke smsjes, mijn mama zei ‘How! Zie dat je niet mooier wordt dan mij, he!’ toen ze mij op concealer betrapte, ‘Ik gebruik u ‘s ochtens graag als mijn spiegel’, ik oren te kort kwam, diezelfde oren gloeiden van heel veel liefs, zoals het liefs van vriend G. toen ik een halve avond in stamkroeg B. over zijn rug kroelde – ‘Maat! Nu doet ge mij pas beseffen wat wij missen!’, waarin ik pracht van herinneringen ophaalde, nog steeds niet opruimde en mijn nabije toekomst weer maar eens helemaal volplande. En woorden -en plaats! en tijd!- tekort kom om alles te vertellen. Want alles is zo veel. Maar alles is zo veel dat een klein beetje ook al bijna alles is, en herfst is dan soms misschien snot – het is wel hartverwarmend snot. Zo, en nu richting donsdekenverdrinkingsdood, Vuur. Morgen weer zo’n dag waarvan ik vermoed dat hij geweldig gaat zijn en dan uiteindelijk nog geweldiger blijkt.