niets.dan.vuur


En verder zwijgen we erover
30 maart 2007, 1:31 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Als we geen publiek hebben ben ik degene die voor bloemen en winegums zorgt. De feestartikelen, zeg maar. Ben jij diegene die stopt aan het tankstation, omdat ik toch moet eten, ook al komen we te laat. De logistieke dienst. Zorgen we beiden dat er genoeg smalltalk is om een autorit te vullen.

Zodra er publiek is ben jij de man met de grote woorden en gebaren en ben ik diegene die goed is in lief glimlachen. ‘De wereld draait alleen om joooouuu!’, zingen we, en je zegt dat het met een bescheiden septiem moet, maar ik denk aan alles behalve bescheidenheid. Rondom ons zitten mooie jongens met gevoel voor drama en melancholie, mooie meisjes met krachtige stemmen die weten wat ze willen, dronkemannen die het theater hebben geroken maar de geur niet kunnen thuisbrengen, een bv of twee. Ik ben moe dus zwijgzaam maar niet geïntimideerd. Het is mooi kijken naar u, hoe ge de wereld om uw vinger weet te draaien, hoe ge perfectie pretendeert en zij er met beiden voeten intrappen. Ik weet beter, ja, en het meisje met de marilynmonroeblonde haren ook. Ik kan mij niet herinneren dat we ooit een overeenkomst hebben gemaakt dat we er maar over zullen zwijgen, maar toch doen we het.

Op de terugweg, als het publiek weer weg is, en de acteurs zijn afgezet aan hun verborgen liefdesnest, merk ik dat ge het opzettelijk doet. Uw ego, de smalltalk, de onnozeliteiten en vunzigheden vormen één grote braakbal die ge schijnbaar onnadenkend in mijn schoot werpt. Plezant voor efkes, maar verder kan ik er niet veel mee. Maar ge denkt wél na. Als ik de braakbal lang genoeg laat liggen sijpelen er langzaam de lieve woordjes en wijzigheedjes uit. Ze zitten verstopt in het grotere geheel, maar ze zijn er. Alsof ge zegt ‘Ik geef ze u graag, maar zoek ze zelf maar uit’. Want ge geeft het maar al te graag, uw liefs. Men zou u echter maar eens moeten doorhebben. Ik heb u wel door!
Ge polst voorzichtig hoe het zit met de mannen in mijn leven en ge denkt goede raad te kunnen geven hoewel ge er (evenmin als ik) de ballen van begrijpt. Eigenlijk hoor ik u zeggen: ‘Denkt ge nog soms aan mij?’

Ge moogt kiezen: ik zou krullend krols op uw vleugel kunnen liggen wulpsen, ja. Het zou echter slechts theater blijven. Liever zit ik naast u op het pianobankje terwijl ge mooie melodietjes maakt en zegt ‘Ik doe ook maar wat’. Af en toe pingel ik er een juiste noot bij. Af en toe per ongeluk een valse.

Ik ben blij dat ik u ooit heb mogen laten proeven hoe mijn kussen kunnen smaken.
Soms zie ik u nog altijd glinsteren.
Ik kabbel verder op een eerzaam plekje in de schaduw – graag. Ik heb u graag. En méér moet dat echt niet zijn.