Ingedeeld onder: Uncategorized
Waar ik altijd voor te vinden ben, zijn avonturen.
Avonturen kunnen grote dingen zijn, zoals voor drie dagen de woestijn intrekken en hopen dat je voldoende drinkwater bij hebt. Of op kamp het er op wagen en toch maar dat riviertje doorwaden, strominkje of niet, terwijl er elf kinders aan uw mouw trekken van eik-ik-heb-bang-en-wilt-gij-toch-niet-efkes-mijn-rugzak-dragen. De spanning van ie!-dit-vind-ik-leuk-maar-oei-ik-draag-verantwoordelijkheid.
Maar het liefst heb ik mijn avonturen klein. Met Marjetje in de auto zitten bijvoorbeeld, verzeild raken op de parking van een ziekenhuis en daar vanaf proberen te geraken zonder te moeten betalen. Moeten stoppen aan een stadsplan aan de kant van de weg in the middle of nowhere, omdat we niet geraakten bij onze vrienden die eigenlijk toch gewoon vlakbij wonen. Zo in de vroege avond met uw spierwit fladderrokske aan het autoportier achter u dichtsmijten om door het gras te huppelen, terwijl de zon nog snel het schoonste van zichzelf geeft, ik vind dat avontuur. Daar warmt mijn hart van op.
Zo was er onlangs een avond waarop we met een heel stel naar onze hoofdstad gingen. Zij die over alles kei-kei-enthousiast is was er bij, en zij-die-al-twee-maanden-twijfelt-over-haar-muurkleuren, en het exvriendje van de soulmate van mijn-ex-soulmate, … zelfs mijn favoriete jongen was er bij. Mijn zus zouden we op het station ontmoeten, en zij-die-keiveel-geld-met-de-Pappenheimers-won was er ook, met haar tweelingzus, en het heel erg stille meisje die baas wordt boven 100 kinderen, plakkend en pappend bij haar helemaal niet nieuw mere vriendje. Een bonte bende dus. We gingen speciaal voor de nog-steeds-Marilynblonde-Haynée, maar ook een beetje voor onszelf en vooral voor elkaar, natuurlijk. Den ene had onze roadtrip geweldig voorbereid, met over-en-weer-gemail met pdf’jes met het uurschema van de avond, veel te professioneel voor gewoon-maar-een-vrienden-uitje uiteraard, maar desalniettemin enorm charmant. In Brussel aangekomen bleek het plattegrondje echter over het hoofd gezien, waardoor de weg gevraagd moest worden, en we wisten niet hoe, in het Frans? In het Nederlands? En plots voelt het dan alsof ge op kamp zijt. Den ene helft durft het gaan vragen en den andere helft doet alsof dat allemaal niet nodig is. Den ene helft wilt checken en dubbelchecken en den andere helft zegt ‘Mijn intuïtie zegt dat het rechtdoor is’.
Maar goed, we zijn er geraakt – natuurlijk zijn we er geraakt.
En ’s avonds weigeren we plotseling te geloven dat onze laatste trein effectief onze laatste trein is, hoewel dat daarvoor allemaal vakkundig was opgezocht, in werkelijkheid willen we gewoon niet toegeven dat we toch liever nog een laatste pintje blijven pakken, of twee, en dat het idee van nachtelijk stranden in Brussel met een impulsieve overnachting als gevolg quite exciting klinkt, al zeggen we dat niet hardop. Mijn favoriete jongen riep zijn broer, die op zijn beurt zijn internet riep, en bevestigde dat we nog wel een uurke konden blijven hangen zonder onze verplichtingen van de ochtend nadien te moeten verwaarlozen. Dus na de gehoopte twee pintjes vonden we dan toch het station … dat leeg en verlaten bleek. Ha! Ha! Haha! Dan kunt ge alleen maar lachen en hopen en zeggen van ‘kom we leven het leven zoals het zich aandient’.
Dàt vind ik avontuur. Dat maakt mijn hoofd leeg en mijn hart vol, tegelijk. ’s Nachts niet op het toilet geraken ook al hadden we vier verschillende soorten elektronische toegangskaarten bij, en een taxi bellen voor mensen die Zsanskiryna heten ofzoiets en die zelf ook met een avontuur bezig waren. Onze handen wassen en met veel te veel papier afdrogen in een waterpijpbarretje, en meerstemmig In This Heart neuriën ook al klonk het veel te triestig. En toen de broer daar was -die ons hélemaal in Brussel wilde komen halen- euforisch zijn omdat hij Mika in zijn cd-speler had zitten, en stoppen aan een tankstation voor koffie en iets lekkers en … okee, ook voor benzine, ja. We vingerden onze namen in het stof van de motorkap en toen kwam mijn superheldin niet opdagen omdat ze haar sjakosj op het dak van haar auto had laten liggen toen ze in volle vaart was vertrokken. Dus terwijl zij terugzoefde naar onze hometown om haar belongings bijeen te rapen waar ze ze achtergelaten had -voor de villa van mijn baas, nota bene- verzuchtten wij nog eens tegen elkaar hoe fijn de avond wel niet was en hoe lang hij wel niet geleken had maar dan niet in pejoratieve zin, eerder in de ‘wij hebben hier precies een vakantie achter de rug’-zin. Oh what a night! Dat zong ik toen ik de dag nadien twee voice mailtjes moest beluisteren, één van de broer van mijn favoriete jongen om te zeggen dat hij een portefeuille had gevonden, en één van de ex van de soulmate van de ex, om te zeggen dat hij zijn portefeuille kwijt was. Waardoor ik die twee met elkaar in contact moest brengen, maar dat door mijn telefoonautisme niet goed lukte. …En dan heb ik dus nóg niet alles verteld he, makkers!
Er zijn mensen die zichzelf avontuurlijk noemen omdat ze duovluchten willen doen en bergen willen beklimmen en uitblinken in de survivalroute op hun teambuildingdag, maar zolang we één dessert-van-de-week nemen in stamkroeg B., om met elkaar te delen, zolang mijn werkmakker mij intens om de hals vliegt als ze niet verwacht had dat ik iets voor haar zou meebrengen, zolang ik de wind in mijn rug heb als ik de brug affiets, zolang we met bomvolle auto’s door den drive-in van de Quick rijden, zolang er sigaretjes worden gerookt op den dorpel van ons clubkot, zolang ik zelfs mijn croque monsieurs laat aanbranden en van het meest onnozele smsje mij twee hartinfarcten verschiet, vind ik mijn leven spannend genoeg. En leuk. Mijn leven is leuk.
Ingedeeld onder: Uncategorized
Goed, ik had eventjes een overdosis malchance. Vuur zou Vuur niet zijn moest ze zich daar niet rap over kunnen zetten. We maken van de nood een deugd. Een deugdelijker deugd dan die de nood gebroken had, zelfs, met dank ook aan mijn mama, die nu echt officieel de coolste is ter wereld. Maar over die coole mama, en betreffende deugden, later meer. Er verder was er:
+ Op de werkvloer. “Vuur, ik weet dat het u nu niet goed uitkomt, maar ik moet al een hele tijd dringend, mag ik nu toch even naar het toilet?”
Mwahahha, dacht ik, Vuur, meisje, this is your moment of glory. Nú hebt ge het gemaakt in het leven, zulleuh. Als volwassen mensen, wat zeg ik, volwassen mensen die twintig jaar ouder zijn dan u, komen vragen of ze mogen gaan piesen. Ik dacht dat wij een team professionele creatievelingen waren, maar nee, blijkbaar heb ik een kleuterklas onder mij. “Maakt dat ge weg zijt en dat ik die vraag nooit meer hoor”, zei ik. En anders kletsen op de blote poep.
+ Nog eens een handgeschreven brief in mijn brievenbus. Yesss! Het gaat nog eens terug hip worden, zeg ik u.
+ Een homeparty bij iemand waarvan ik niet vermoedde dat ze een achtertuin ter grootte van een tennisveld zou hebben. Onze aandacht werd algauw verlegd, van de homeparty naar de rondleiding: een grote verwilderde tuin, met verborgen plekjes en geheime doorgangetjes, met een kampvuurkring en een zweethut, met een hangmatplek en boeddhabeelden. Er waren 300 soorten kruiden, die opgedeeld werden in continent van herkomst, en die dan ook geplant stonden in de vorm van dat continent. Pretty sexy. En we aten aarbeien met lavendelsuiker en yoghurtdressing op basis van eetbare bloemkes en er waarden mannen rond die aan herborisme deden en daar heel begeesterd (uren) over konden vertellen. Ik voelde mij één met de natuur en al.
+ Ik ben een flink meisje. Ik maakte een fout en ik heb die toegegeven en ik heb mij verontschuldigd bij de mens bij/voor/over wie ik de fout maakte. Terwijl heel veel mensen dat aanhoorden. Ik weet dat dat normaal zou moeten zijn, maar openlijk fouten kunnen toegeven, doet mij deugd.
+ Ik fietste des nachte met een makker door mijn hometown. En toen zagen we plots uit één der huizen een blote man rennen. Echt volledig bloot, he. Hij rende op een drafje, een beetje gehaast maar niet alsof zijn leven ervan af hing. En toen ging hij schuilen achter een geparkeerde auto. We dachten nog een bende zatte mannen te kunnen verwachten, die hem volgden, of die op zijn minst het hoofd om de deur staken om te kijken of ha-ha-hij-heeft-het-dan-toch-gedaan, maar nee, niets, peace and quietness en nog geen vogelke dat floot. Wij houden het dus gewoon op een minnaar die op hete(r)daad betrapt was. Zou het?
+ Samen met de papa naar ‘War Of The Worlds’ kijken en allebei vinden dat het een slechte film is en blijven kijken en tegen elkaar blijven zagen dat het een slechte film is en blijven kijken en tegen elkaar blijven zagen dat het een slechte film is en blijven…
+ Er zit een jongen achter mij, geloof ik. Dat is geleden van toen ik twaalf jaar was en er op Valentijn een Billie & Bollie-postogram in mijn brievenbus zat, en de dag nadien kreeg ik een dozeke pralinen aan de schoolpoort, en ik kreeg briefkes in de klas met “uw goudblonde haren reflecteren de passie van de zon”. Hahahihaho. Nu, ik ben daar geen held in. Er zitten nooit jongens achter mij. Als ge om half twee ’s nachts telefoon krijgt en ze zeggen u dat ze u snel nog eens willen zien en wanneer-spreken-we-af, als ge om drie uur ’s nachts smsjes krijgt van ‘Zit je toevallig op café in mijn buurt nu’, als hij een afspraak cancelt omdat hij moet overwerken maar twee uur later toch belt dat hij nu onderweg naar huis is en of ik toch niet alsnog wil afkomen, als ik zomaar-zoen-berichtjes krijg (Ha! Dat heeft hij van mij geleerd! I’m the teacher and the preacher of the zomaar-zoenen!) en hij mijn favorietste film kiest, zit hij dan achter mij?
+ Heb ik jullie al verteld dat ik in een Bentley heb gereden? Nu ken ik echt niks van auto’s. Auto’s kunnen me niks boemmen. Maar het geluid van een Bentley die optrekt! Alsof ge het vliegtuig neemt naar Monaco. Of naar St Tropez.
+ We hebben een beetje gezondigd. We dronken te veel wijn, en we rookten zelfgerolde sigaretjes. Maar als een zonde in goed gezelschap gebeurt, en als ge weet dat een uitzondering er is om een uitzondering te blijven, en het is gezellig en alles peis en vree, dan mag het, dan mag het, toch?