Ingedeeld onder: Uncategorized
Met een linkerpols in het gips is het leven anders. Als overtuigd linkshandige zorgt het voor vertragingen. Tandenpoetsen gaat moeizamer, schrijven is pijnlijk, haren wassen wordt een gymnastiekoefening, typen gebeurt hilarischer, en ik moet onder ogen zien dat veilig fietsen eigenlijk niet kan. Zelfs mijn gat afkuisen is niet meer wat het geweest is. Ik leef -even- met een handicap.
Maar ik ben overmoedig. Ik denk te vaak dat als ik iets gewoon maar wegdenk dat het er dan niet meer is. Zo kwam het dat ik vorig weekend plots aan het trapgat hing: mijn onvermijdelijke val nog even uitstellend, genietend van het moment, aaaah, feel that rush of adrenaline, baby, want sebiet komt ongetwijfeld de pijn. Zo’n moment waarop het handig zou zijn een pause-rewind-en-doehetopterniefstmaardantegoej-afstandbedieninkske bij de hand te hebben. ZZZZap, zo was ik nog zo dom te denken dat zolders nodig moeten worden opgeruimd, en zo zie ik in dat zolders dienen om jaren te verstoffen – en nog even verstoffend verder kunnen, heus, echtigwel, als ge zo’n ambetant ding aan uw arm hebt.
En zo kwam het dat ik vanavond mijn fiets opklauterde, ook al liet die pols dat eigenlijk niet toe. Zij-die-over-alles-enthousiast-is en ik, wij hadden elkaar al veel te lang niet gezien, al zeker vier dagen niet!, en zoals dat gaat bij meisjes op de fiets, die hebben elkaar altijd veel te vertellen. Bij vertellen hoort gesticuleren, bij gesticuleren hoort met uw stuur zwiebelen, bij met de sturen zwiebelen hoort sturen in elkaar haken, en daar hoort dan weer bij: vallen. Vallen en opstaan. Vallen, lachen en opstaan.
En net zoals die paar seconden dat ik aan het trapgat hing, verloopt zoiets in s l o w m o t i o n. Een gesprek dat stokt, ge kijkt allebei naar uw stuur in de hoop dat uw telekinetische gaven miraculeus plots hun werk zouden doen, ge roept ‘aiaiaiai pas op!’, ook al weet ge allebei dat het onvermijdelijke al lang niet meer valt te vermijden. En tijdens het vallen denk je: shit, mijn pols! waardoor ge u volledig op uw andere pols concentreert, daar keihard met uw volle gewicht op valt, uw vriendin keivol met haar harde gewicht op u, en ge krabbelt recht en ge klopt het stof van uzelf en van elkaar af en ge roept ‘ca va!’ – ‘ja, ca va!’ en de ganse voorbije honderd(*) woorden, dat allemaal, gebeurt in amper vijf seconden.
Zo kwam het dat ik vanavond in een pracht van een theaterzaaltje naar een pracht van een cabaret-onewomanshow-kleinkunst-musicalmonoloog zat te kijken, terwijl er een gat zat in mijn nylonkous, een scheur in mijn linkerroodleren botteke, bloed op mijn knie en bloed op mijn hand, maar het kon mij allemaal niets schelen, want ik luisterde naar Evi en ik moest huilen en lachen, écht huilen en écht lachen, en het leven is schoon en ik heb er overal allemaal goésting in. Want dat was iets wat Evi, met al haar levenswijsheid, teweegbracht in de zaal. Een zaal vol bekende gezichten, want Evi speelde een thuismatch, voor mensen van vroeger die net als ik vinden dat uit het oog niet uit het hart hoeft te zijn. Het was een warme avond, met warme gevoelens, warme mensen, en warme handen. En ik dacht terug aan de tijd toen Evi en ik samen op het podium stonden, jaaaaren geleden, in het toenmalig Amerikaans Theater, waar de Droomfabriek werd opgenomen. Wij waren fan van de Droomfabriek toen, en dus ook van Bart Peeters, wat mooi uitkwam, want een halfuur daarvoor stond hij met ons nog moppen te tappen in de schminkkamer(**), terwijl wij van zenuwachtigheid niet wisten waar eerst staan. Kiiiiiinderen voooor kiiiinderen, zongen we, en gans Vlaanderen kon ons zien. Dat waren tijden, hoor. Sindsdien is alles veranderd. … … Eigenlijk is er helemaal niks veranderd.
Met een linkerpols in het gips is het leven juist hetzelfde. Er worden vijftig uren per week gewerkt, en daarnaast vind ik de tijd om slakken te eten tijdens tuinfilms, van trappen te vallen tijdens zolderopruimsessies, mijn rode cowboybottekes aan flarden te vallen tijdens vriendinnenuitstapjes, genieten van mooie woorden van oude bekenden, maar ook om naar Ben X te gaan kijken met de mooiste jongen van de klas (die eigenlijk, hoe langer ik hem ken, steeds minder mooi wordt, zoals dat gaat, en dat ik me zelfs afvraag of, hoewel ik vind dat je best zo veel mogelijk ramen open laat staan, het toch niet tijd wordt bepaalde deuren definitief te sluiten), heerlijke avonden te beleven op de zetel van de-jongen-van-mijn-eerste-zoen (ja! na tien jaar zien we elkaar niet alleen nog steeds, we zien elkaar nog steeds graag), te gaan dineren in een kasteel ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van mijn bompa, mij volledig fout verkleed te begeven naar hoofdstedelijke gewesten voor specifieke kotfeestjes, in tuinhangmatten Iranees te eten in het gezelschap van de grieten met wie ik Marokko een hele tijd onveilig maakte, ’s morgens vroeg op te staan om eikes te bakken zodat ik bokes met eikes kan maken voor mijn voltallige liefhebbende collegaploeg, dat allemaal, en dat allemaal met mijn kindje dat sinds kort ook een naam heeft. Dat mijn pijntjes hun eigen Wikipedia-pagina hebben, dat vind ik vooral heel erg cool, zo cool dat sinds ik die pagina vond, al heel wat minder pijn wil voelen.
Toch hoop ik dat het goedkomt, spoedig, miraculeus vanzeneigen door toch-nog-even te wachten. Want één keer van een trap vallen is goed, één keer met de fiets vallen valt nog weg te lachen, … maar mijn ganse toekomst is volgeboekt. Want hoe brok-vol-goesting en niets-dan-vuur ik ook ben, die ganse toekomst is zo volgeboekt dat pijn er eigenlijk niet langer bij kan. En er stond wel degelijk BROK, hé, mannen.
soms zou ik willen dat ik de tijd kon kussen
zacht zoenend zeggen ‘doe je ogen dicht’
en dan stiekem drie passen achterwaarts sluipen
om vanop afstand bewust te glimlachkijken
hoe de toekomst nog altijd -genietend- voor me ligt
(*) Ja, ik had die voorbije honderd woorden echt geteld, ja, het zijn er echt op de kop honderd, en ja, dat berust puur op toeval.
(**) En awel, van zodra ik een scanner vind, laat ik jullie daar een foto van zien.
5 Reacties tot nu toe
Plaats een reactie
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>
ik heb een scanner thuis
Comment door Imke Dielen 5 oktober 2007 @ 1:06 pmBij u geen zeemzoet clichéverhaal als “dit gipsverband heeft mij geleerd om tijd te nemen voor mezelf”
Keihard blijven doorgaan dus !
Comment door don Berto 6 oktober 2007 @ 8:37 amWat een wondermooi slot.
E. is dat de zus van K. de toenmalige pianist van de L’tjes? De L’tjes waarmee jullie in het AT hebben gezongen? Volgens mij hebben onze verledens elkaar daar rakelings gepasseerd
Comment door Lou 8 oktober 2007 @ 9:00 pm@ Lou: niet de zus, wel de nicht. K. ken ik nog steeds van dichtbij, en vertel! eens! was jij een L’tje of wie kende je er dan?
Comment door niets.dan.vuur 9 oktober 2007 @ 7:23 pmNeen, ik was geen L’tje, maar enkele jaren na het grote kinderen voor kinderen-avontuur zong ik wel bij C. (ook met K. als pianist) en het merendeel aldaar was oud-L’tje … misschien jij ook wel?
Comment door Lou 12 oktober 2007 @ 6:13 pm