Ingedeeld onder: Uncategorized
Zo immens veel gedane zaken waar ik over kan bloggen, en des te minder tijd om er over te schrijven. Schade, schande, gezonde zonde! Het gaat er niet beter op worden: de zes komende weken staat mijn agenda -nog steeds- volgepland met allerlei leuks. Ik ga nauwelijks de Bwards halen, babies.
+ Ik was nog eens gastvrouw. Tien amigos in mijnne living. Vijf mannen, vijf vrouwen, want evenwicht moet er zijn. Frietjes in de zetel, terwijl we de camerabeelden van hoe de frientjes die frietjes waren gaan halen bekeken. Toen het eten op was, gingen alle vijf de vrouwen door. Bleef ik nog over met vijf mannen. Junglespeed aan mijn eettafel, goocheltrucs, en een zelfverzonnen versie van President, waar ik nooit ‘kuisvrouw’ of ‘hoer’ was, tot spijt van mijn mannen. En in tegenstelling tot mijn mannen. Als president zorgde ik goed voor mijn onderdanen, maar toen ook het bier op was, gingen er twee naar moeder de vrouw, en bleef ik over met nog drie: hij die ooit mocht proeven hoe mijn kussen kunnen smaken, Vriend G. die mij op mijn verjaardag een bbq aan de kaaien bezorgde, en hij die wildbemaand en blootbeborst het mooist gitaar speelde in Barcelona deze zomer. Het was al lang nacht, intussen. Mijn drie mannen kropen achter mijn piano terwijl ik er languit in de zetel een beetje bij ging liggen zingen. Zo kwamen we tot de vaststelling dat er een akkoordenschema bestaat waar je zowat àlles mee kunt begeleiden: van Go West tot heel wat Samson&Gert, van Scatman John tot Coolio, IkBenVandaagZoVrolijkIkWouDatIkJouWasVliegMetMeMeeNaarDeRegenboog: alles, alles, alles. C G Am Em F C F G, baby. Wooooord.
En toen er eindelijk werd doorgegaan deden we dat waar we goed in zijn: niet doorgaan, maar nog een halfuur leuteren terwijl ik in mijn voordeur sta te bibberen en zij slechts millimetergewijs de oprit afschuifelen. Het briljanste idee van de avond ontbroeide daar. Wij gaan er voor zorgen dat de avond voor Valentijn de wereld heel even beter word. Of toch tenminste het klein stukje wereld that is onze neighbourhood, yo.
+ Ik had een luie-avond-film-in-bed-date. Ik belde aan. De deur werd opengedaan. “Dag schoonheid! Hoe is het met u & uw geweldig leven!” Ik kreeg een dikke zoen. “En ge ruikt weeral zo lekker, zeg!” Het is altijd fijn enthousiast en bejubelend begroet te worden, dat wel. Het ding is dat het de vader van mijn luie-avond-film-in-bed-date was, die dat deed. “Uw vader is toch een pateeke, hoor” zei ik tegen mijn date. “Och, zwijgt mij er van!” En we kropen lui in bed en we kwamen er pas uit toen we zelfs te moe waren om lui in bed te liggen.
+ Dagje vrij + wel wat budget = we moeten toch ‘ns één dag gaan soldenen, niewoar? Nie woar dus. Gans Antwerpen én Wijnegem ging er aan, en ik kocht niet één kledingstuk. Niet één. Omdat ik eigenlijk alles al heb, besefte ik daar stilaan. Fluosokken, little black dresses, iets okergeels, een retro hemdje, eender wat: van alles dat ik vastnam omdat het mij leuk leek, moest ik toegeven dat ik al iets gelijkaardigs in één van mijn drie kleerkasten had steken. You need less to become more, dus eens thuis elimineerde ik de helft van alles. Fok maat, dat deed deugd! Als een ware Romeinse keizerin besliste ik met mijn duim over leven of dood van mijn bezit. Twaalf paar schoenen, honderdvijftien (115!) kleedsels en acht sjakosjen werden in dozen gepropt en verspreid over drie verschillende goede doelen. Ik ben weer helemaal zen, nu. Aaaaaoooommmm.
+ Ik was in een andere zetel dan de mijne gaan hangen en dus volledig uit het oog verloren dat ik die avond wel eens op tv kon komen. Tot er een aantal smsjes binnenstroomden van spotters. Vanuit professioneel standpunt werd ik als zogenaamde vakexperte geïnterviewd door een ex-Miss België (ha!ha!ha!), en de spotters zagen dat het goed was. Wat effectief goed was: mijn grieksgebruinde onderarmen met bijhorend rinkelend zilver werden mooi in beeld gebracht, en mijn naam was goed gespeld. Wat minder goed was: ik werd ondertiteld (eik!) omdat ik te snel praatte, en mijn beroep was helemaal fout geschreven. Verder vind ik dat ik -ook op tv- lief kan glimlachen. Heel stom wel dat er van een halfuurdurend gesprek zo weinig wordt getoond, maar dat had ik kunnen denken. Onze pr-manager loofde me omdat ik bewust zo veel mogelijk ons logo in beeld had gebracht -ik begin de truukjes te kennen- en voila, ok, dat was dan dat. Mijn mama wint de prijs voor meest originele reactie, overigens: “Nu vond ik altijd dat ik een knappe dochter had, maar als ge u zo naast die ex-Miss België ziet staan, daar kunt ge toch lang niet aan tippen, zunne.” Mijn mama is soms heel erg in-your-face. And I like it.
+ Mijn werkvloer zorgt wel voor meer interessante momenten. Spannende dingen die wij beleven, jom! Of het nu het van op afstand ontsteken van een warmtekanon is, of ons dagelijks sextalk-uurtje (“Vandaag op het programma: Uw avontuurlijkste locatie ooit”) wij beleven hilariteit en broederlijkheid en zijn daartijdens ook nog eens onmenselijk productief. We kijken met opzet net iets te lang die ene knappe architect na, gaan lunchen in elkaars living, richten Facebookgroepen op en combineren basilicumtoastjes met choco. En gisteren zei ik tegen mijn baas: “Neen, nu is het hier net een kleuterklas. Het laatste restje prestige dat aan ons imago kleefde, is nu echt wel weg. Als je dan toch met geld wil smijten, doe het dan op zijn minst in stijl” Daar kickte ik op, op de monden die toen achter zijn rug openvielen. Maar ik heb het gedurfd en ik werd er voor gewaardeerd, en qua spannendheid kon het tellen.
En verder vind ik het jammer dat mijn weinige uurtjes thuis soms volledig wegzakken in luiheid. Het gebeurt dat ik op een ganse avond niets zinnigs heb gedaan buiten drie online bankverrichtingen & twee gewonnen mijnenvegersspelletjes. Damn you, blogosfeer. Moest ik betaald worden voor de uren die ik in u steek, ik had mij al een villa in Brasschaat kunnen permitteren. Of, wacht eens …
Ingedeeld onder: Uncategorized
Zesenzestig zoenen gaf ik, zesenzestig welgetelde zoenen. Rond zes over twaalf was ik daar zo moe van dat ik mij een weinig later in de zetel neerplofte. ‘Aaaaaagh’, deed ik, en ik maakte er mijn longen mee leeg.
Samen met die lucht ontsnapte nul zeven uit mijn lijf. Alle zever, alle zorgen, alle zoetigheid ook, van het voorbije jaar zweefden even in een ballon boven mijn hoofd, tot één van mijn tweeëntwintig vrienden er in prikte en me vroeg of ik niet nog eens wilde tonen hoe je nu weer moest jumpen. Ik smeerde nog wat dipsaus op een toastje, slikte het laatste restje champagne weg en huppelde schijnbaar onnadenkend de jumpvloer op.
Ziezo, dat hadden we dan ook weeral gehad, dat jaar. Piece of cake!
Het was een heerlijke nacht. We aten zo veel verschillende dingen dat ik er drie vuurstukjes mee zou kunnen vullen (en is het u al opgevallen dat die soms erg lang durven zijn?), Haynée deed Regi na, er was een complimentenenveloppenwaslijn, het lief en het exlief van Haynée improviseerden een hilarisch keukentoneeltje, ik beantwoordde smsjes, ik kreeg vluchtinstructies na het afgeven van mijn zelfgeprint vliegticket, sommigen bleken plots overenthousiaste Celine Dion playbackers, ik beantwoordde smsjes niet, er waren blacklights en familiefoto’s. Drie uur duurde het eer al onze kadootjes uitgepakt waren, en toen het bijna ochtend was ging het ganse Beatlesoeuvre er aan op de piano.
Eerder had ik geWii’d, kerststronk gegeten tot het mij de fucking strot uitkwam, mijn jaar officieel geëvalueerd in stamkroeg B. en mij volledig overwerkt. Ik zag mijn moeder zich verslikken in haar kerstkalkoen-drijvend-in-eigen-nat toen ik mijn nichtjes toevertrouwde dat ik het resultaat van die ene geslachtsoperatie wel eens in levende euh … lijve wilde zien, ik schuifde uuuren aan in supermarktrijen, verzon een thema voor onze kerstboom (“Neorussische etnokitsch”, en boooy, does it look like that!) en waagde mij aan Love Actually.
Dus toen ik op één januari in een bed kroop, niet het mijne maar wel minstens zo gezellig, dacht ik dat van zodra ik mijn ogen zou sluiten, alles achter zou worden gelaten, dat ik als een ander mens zou wakker worden, in een nieuw jaar, en dat alles gereset zou zijn, tot op nul. Alsof tweeduizendacht een woekerhagenoverwinnende prins is die er voor zorgt dat doornroosje -ik dus- nooit meer dezelfde zal zijn eens ze door hem werd wakkergekust.
Maar ik werd wakker en alles was nog steeds hetzelfde: mijn sprookjesschoentjes stonden naast mijn bed, beneden zaten een tiental van mijn vrienden aan de koffie, overal in huis slingerden nog restjes feest rond, er was niks spectaculairs gebeurd volgens het eerste radionieuws van het jaar, Haynée had het grootste slaaphoofd van allemaal, en de afwas was al gedaan.
‘Gelukkig maar!’ verzuchtte ik. Ik voel me thuis in vanzelfsprekendheid.
En zo bedacht ik dat tijdens die paar magische uurtjes slaap, tussen oud en nieuw, mijn ganse rejuvenationproces niét had plaatsgevonden, maar dat ik gewoon al een beetje op voorhand had uitgerust. Weer op adem was gekomen, misschien, maar dan vantevoren. Want moe zijn, dat zal ik. Dat is mijn enige goede voornemen. Ik zal moe zijn van het lachen. Van mijn talenten & kwaliteiten te herontdekken, uit te diepen en beter te benutten. Van wat sociale intelligentie betreft naar een hoger niveau te streven, van het lezen van vele boeken, het kopen van een huis, het vinden van iemand die er even hard voor wilt gaan als ik, het halen van een rijbewijs, het reizen, zingen, en niets.dan.vuren. En van het jumpen, dat ook, ja. Een mooi jaar is niet compleet als er niet af en toe een beetje gejumpt werd.
Enfin, dat u allen vaak mag zeggen ‘Fjoe! Daar moet ik nu toch efkes van op adem komen!’ En dat u die adem dan moeiteloos hervindt.
(Overigens, als ik bij de Bwards bij de eerste tien eindig, zal ik op de occasionele dansvloer aldaar een stukje van mijn jumpkunnen performen.)