niets.dan.vuur


Met de wijven niks als last
17 mei 2008, 4:15 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Ik wil niet beweren dat de wereld om mij moet draaien, maar ik had het fijn gevonden als ze mij gevraagd had hoe het nu met mij ging. Ze was één de weinigen die ik in vertrouwen had genomen. En ja, ze was erg lief geweest, maar daarna ook erg Er Niet. In plaats van te vragen hoe het nu met mij ging zei ze nee op mijn superexclusieve uitnodiging om de binnenkant van mijn huis in het echt te gaan zien. Ik had er namelijk nog zesendertig kruisjes op het plafond te zetten. Ik moest nog kijken hoe groen mijn gras wel niet was en hoe hoog precies de lavabo’s van mijn planken vloer stonden. Eenenzeventigeneenhalve centimeter. Dus ja.
Deze ochtend vroeg ze het wel. Ik zei ‘Bwaa’ terwijl ik eigenlijk wilde zeggen dat heel slecht en dat heel goed en ik mis uw broer zo maar al een chance dat mijn haar zo goed zit de laatste dagen en nog wat gedramatiseer en mijn frou is geknipt en zieligheid en vandaag draag ik twee soorten oranje én twee soorten groen en nog altijd soms eenzaam en jeuj! ik heb een cupcakesbakboek gekocht! Maar ik zei dus ‘bwaa’ en zei vroeg ‘bwaa?’ en toen zei ik ‘ja, hoofdpijn. Kater?’ en zij ‘Ah! Haha! Okee!’. Toen kon ik mezelf wel voor het hoofd slaan. Dat van die hoofdpijn was niet gelogen, maar achter mijn ‘bwaa’ lag mijn ganse wereld, en ik had die haar niet kunnen laten zien. Dus als ik haar vanavond zie, zal ze misschien vragen hoe het met mij is, doelend op de hoofdpijn en of die verdwenen is, en is ze zich verder van mijn wereld niet bewust.
Vriend G. deed het anders. Vriend G. was ook één van de weinigen die ik blablibloeblabla, maar hij smste en belde en bleef bellen ook toen ik niet opnam omdat hij weet dat dat ook helpt, bellen wanneer ik niet opneem. Hij stuurde een mail, een lange, met diepgravende analyses en conclusies, die hij nummerde, als ware zijn mail een wetenschappelijk onderzoek. “Je bent een knappe en interessante vrouw met heel veel zelfkennis en kwaliteiten” stond er ergens in het midden, en zo’n zin is een thesis op zich, natuurlijk. Na zijn mail smste hij nog wat en gisteren gingen we dansen. Hij gaf mij gemeende knuffels en veel armkneepjes en lieve zoenen, omdat dat nu eenmaal soms de beste manier is om bepaalde dingen aan te tonen, Elkaar Tof Vinden bijvoorbeeld, ook al zal ik voor de rest van onze beide levens te weinig piemel aan mijn lijf hebben om hem écht te kunnen bekoren.
 
(Ik heb helemaal geen piemel aan mijn lijf, meer nog, nu meer dan ooit besef ik hoe wijf ik wel niet ben, denk en doe als een wijf, mezelf niet altijd onder controle kan houden ook al bedoel ik het allemaal zo goed. Zoals toen onlangs mijn liefste die mijn lief niet is mij ’s nachts belde. Ik lag al in bed, te doen alsof ik sliep, maar ik nam toch maar op omdat ik anders misschien wel nooit zou kunnen horen wat hij te zeggen had. Wat hij te zeggen had was niet veel, hij was enkel aan mij aan het denken en dat wou hij laten weten, zoals ook ik hem niet veel te zeggen had maar wel al vijf uur aan een stuk lag en stond en zat te denken aan hem. ‘Ja’, zei ik, ‘okee dan’, ‘hmmm’. Ik was een teleurgestelde vrouw en ik vond dat ik dat moest laten weten door kortafheid en verwijtende ondertoon, ook al was het maar de verwijtende ondertoon van het woordje ‘hmmm’. En terwijl ik het druk had met zo weinig mogelijk te zeggen, omdat ik dacht dat ik hem daar mee zou kunnen straffen, was ik eigenlijk alleen maar heel erg blij dat hij op dat moment met mij aan het telefoneren was. En dat ik hem he-le-maal niets kon verwijten. Dat ik alleen maar had gevonden dat de wereld even om mij had moeten draaien, en dat het wijf in mij dat even lekker wilde dramatiseren, omdat als we ons in een slachtofferrol steken er misschien wel extra voor ons wordt gezorgd. Want in the end is dat het enige dat een wijf wil, hoor: verzorgd worden. Dus toen we inlegden was de enige die gestraft was ikzelf. Ik had mij als een trut gedragen en trutten worden helemaal niet verzorgd. Dus ik stuurde nog een smsje, om mijn liefheid even recht te zetten, en hem te danken voor de zijne, werd dat toch wel niet zowat mijn allerliefste smsje ooit, zeker? Evenwicht, Vuur, probeer eens wat aan evenwicht te doen. Slaag ik er in om wekenlang de onafhankelijke vrouw te spelen, verkloot ik dat door boempatat mijn gans hart op tafel te smijten. Blaadje sla erbij en ‘t is klaar om te verorberen. Mannen lopen panisch weg van plotsklaps in hun schoot geworpen emoties, dat cliché is een stelling die niet langer bewezen moet worden. Terwijl ik mijn ‘Gewoon, ik heb u graag, ik wil graag bij u zijn -maar daarom nog geen kinderen van u-, vaak maar niet voortdurend’ meestal maskeer met afstandelijke luchtigheid, en dan soms met openbarende hartstochtelijkheden. Vuur, meisje, je hebt nog véél te leren over de snelweg tussen Mars & Venus. Gij onvoorspelbaar wijf.)

Maar goed. Het verschil tussen haar en vriend G. lijkt misschien groot, maar is eigenlijk miniem. Het doet mij nadenken dat iedereen altijd anders handelt dan je zou willen verwachten. En dat ik het feit of ik mij al dan niet beter voel dan een week geleden niet mag laten afhangen van hoe sommige mensen op mij reageren. Ja, soms ben ik kattig. Meestal ben ik bewust van wat voor soort handschoenen ik met mezelf hoor bij te leveren. Vaak ook niet. Dan moet ik inzien dat anderen ook niet het juiste paar uit het niets kunnen toveren. En hoe het met mij gaat? Bwaa.
Maar vooral heb ik nu hoofdpijn. Katerhoofdpijn.