niets.dan.vuur


Surroschatje
3 juni 2008, 8:58 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Ik vind u sexy. Ik vind u mmrrwhmm-sexy, als ge -surprise!- aan komt wandelen in uw streepkestrui, met versgewassen krullen en op uw teensleffers, in het cafeetje waarvan je wist dat ik er die avond met mijn vriendinnen zou zitten. Ge hebt een kadootje bij, een verschrikkelijk onromantisch kadootje, maar het is iets waar we het op ons allereerste afspraakje, een half jaar geleden, over hadden. En ik vind dat sexy. Dat ge u dat nog herinnerde, en dat ge er uw streepkestrui voor hebt aangetrokken.
Ge kunt mij krijgen. Zo hard. Onder andere wanneer we in de tuin ontbijten, en hoe je dan “Dit is toch echt mooi, he” kan zuchten.
Alles komt bij u uit onverwachte hoeken. Zomaartelefoontjes bijvoorbeeld, want ge wilde mij toch nog efkes horen, als ge op de weg-weer-naar-huis zijt van barbecues of lange werkdagen of familiebezoekjes. “Zijt ge wéér aant bellen terwijl ge rijdt!?”, en ik probeer zo boos mogelijk te klinken, maar daar is dan niets dan liefde aan, hoor.
Je bent zo mooi. Zo naturel-mooi. We staan tegenover elkaar in de kroeg, mijn vrienden er bij, uw vrienden er bij, en de muziek staat veel te luid zodat we moeten roepen om elkaar te verstaan, maar we roepen niet graag. In de plaats daarvan kijkt ge. Ge kijkt en ademt diep in, onderwijl uw schouders ophalend, en ge blaast uit met uw breedste glimlach. “Ik ben zo gelukkig”, zo kijkt ge, hier, en nu, met ons allemaal, met u. En daar waar mijn hart was, voelt het plots aan als een wriemelend mierennest.
Hoe ge mij een glas melk geeft omdat ge weet dat ik dan beter kan slapen, en hoe we terwijl ge uw tanden poetst alvast het cd’tje kiezen waar we ’s ochtends mee op zullen staan.
Ge zijt ongelooflijk goed voor mij, en vooral als ik er niet om vraag. Wanneer ik rugpijn heb geeft ge me uitgebreide massages, wanneer ik weer maar eens last heb van mijn polsen ook, hoe ge zegt dat ik mij voor u echt niet altijd geweldig hoef voor te doen als ik mij zo niet voel, omdat ge weet dat ik het sowieso wel ben. Wanneer mijn fiets gestolen blijkt staat ge er op sàmen naar het politiebureau te gaan, ook al weet ik dat je een superdrukvolgepropte dag hebt, en ge doet nog een omweg voorbij zowat alle bushaltes en supermarkten van drie gemeentes, om te kijken of de fiets niet ergens werd achtergelaten. Wanneer ik te verbouwereerd ben neem jij het heft in handen. Duizend kusjes geeft ge. Of toch bijna. Heel erg zacht, en ge pakt er uw tijd voor, maar altijd vastberaden. En ge wilt niks in ruil. Ge wilt nooit iets in ruil.
Hoe ik merk dat ik indruk op u wil maken, wil tonen wat mijn spieren waard zijn wanneer we meubels versjouwen, met opzet soms hardop dingen zeg waarvan ik weet dat ze u kunnen bekoren.
Hoe ik nog altijd uw gespierd lijf bewonder, stiekem, ook al heb ik het al laaang en veeeel uitgebreid bekeken.
Ik vind bijna alles aan u vertederend. Zelfs uw ochtendhumeur, nog steeds. Ik kan er verbazingwekkend goed mee om, en jij kan me verbazingwekkend goed verdragen. Zelfs wanneer ge alleen maar nors kijkt en mompelt en helemaal niet lief zijt vind ik u schattig.
Zoals ook wanneer we ’s avond in bed de avond overlopen en ik een klein stukske van uw jaloezie merk wanneer ge me uitvraagt over wat er precies dan allemaal gezegd is toen ik net iets te lang met één van uw vrienden stond te praten.

Hoe begin je iets wat al lang bezig is?

En toch: ik mis iets tussen ons. De tss-tss-ke-boem-tsjing, de I lift you up to a higher emotion. The swing in my step, the cream in my coffee.
Ik ben uw cornflakes een beetje beu. Ik wil ook eens een pistoleetje. En ik kan nog altijd vertederd kijken naar hoe ge slaapt, maar de snurkgeluiden vind ik al pakken minder schattig. Ik vind u soms een beetje saai. Ge zijt altijd moe en uw weekends zijn allemaal hetzelfde: ze draaien om u. En ge gaat offline zonder goeiedag te zeggen, vaak. Daar ga ik van grommen, zenne!
Het is niet erg. Het maakt alles makkelijker. Ik heb u graag. Maar.
Ik zie u meer en meer de laatste tijd, en hoe meer ik u zie hoe duidelijker het wordt. Er zit maar weinig vuur in onze gesprekken. Er is geen wauw!-factor. We nemen elkaar zo zoals we zijn, zo vanzelfsprekend. Ik merk dat ik geen moeite doe u aan te trekken, af te stoten, uit te dagen. Soms zie ik u flirten. Met mij. Ge wilt mij veroveren. “Doe niet zo belachelijk”, denk ik dan, besef ik dan achteraf dat ik dat dacht, “ge hebt mij toch al lang? Doe eens normaal!” Dat zou ik dan niet mogen denken, denk ik dan.
Het is zo fijn ademen met u. Maar zou het niet om de ademlóze momenten moeten draaien?

Hoe eindig je iets wat nooit is begonnen?

En toch: blijft ge nog efkes? Of nog lang?