niets.dan.vuur


Beveiligd: Meisjesverdriet
10 mei 2008, 10:10 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Dit bericht is beveiligd met een wachtwoord. Geef je wachtwoord om het te lezen:


Geef je wachtwoord om de reacties te bekijken


A parttime lover and a fulltime friend
28 april 2008, 10:00 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Hij kan verschrikkelijk geïnteresseerd naar Vitaya kijken. Verschrikkelijk oprecht geïnteresseerd. Ik vind dat schattig en sexy, en ook wel grappig, want zijn stoere spieren, wilde manen en ruige mannenhanden combineren op het eerste zicht niet met Vitaya. Hij wil liefst altijd het voorste lepeltje zijn. Wat ok is, want ik ben liefst het achterste. Daar zijn we erg complementair in.
Hij snurkt niet, hij blaast. Zijn lippen maken een plofgeluid en dan volgt er een fffff. Zo komt het dat ik soms lig te giechelen terwijl ik eigenlijk hoor te slapen. Helemaal niet erg.
Hij is mijn liefste maar hij is niet mijn lief. Ik weet zijn ochtendhumeur zo te doorprikken. Van de tweede keer at ik mijn cornflakes op zijn manier, terwijl hij de ontbijttafel op mijn manier had gedekt. Het kan snel gaan.
Er zijn vele hele belachelijke autistenneigingen die wij gemeenschappelijk hebben. De muziek op onze beide computers is op exact dezelfde manier ingedeeld. Een mapje per artiest, en daaronder de mapjes artiest spatie streepje spatie album, en daaronder de artiest spatie streepje spatie liedjes. En alles moet met hoofdletters. Wij hebben beiden een hekel aan kruimels in het boterpotje en aan wanneer mensen de kraan te lang laten lopen.
Hij belt bijna nooit maar als hij zegt dat hij belt dan belt hij. Hij heeft een hoge moeilijkheidsgraad. Mensenkennis voor gevorderden. Ik kan heel goed doen alsof mij dat niet deert, alsof ik de diepst verborgen sliertjes sociale intelligentie niet bijeenverzamelend opgraaf in mijn hoofd, alsof ik niet nadenk over wat die rimpel in zijn voorhoofd nu weer wil zeggen, wanneer ik beter zwijg of spreek. Soms belt hij om te zeggen dat ik beter niet kan komen hoor. Dan is er weer iets niet naar zijn naar-perfectie-strevende-zin gegaan en is hij slechtgezind. “Oh, maar dan kom ik helemaal niet hoor. Ik laat u wel doen!” zeg ik dan, luchtigheid pretenderend, en ik geef een zoen en ik hang op, waarna hij een heel klein beetje later terugbelt en “Dju toch” zegt. Dju toch? “Ja, ge hebt me daarjuist weer goedgezind gemaakt. Kom toch maar, hoor. Nu?” Dan is het paukenslag trompetgeschal triomfgejuich alom hierbinnen, natuurlijk, maar geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt dat te gaan exclameren. Hij is verschrikkelijk goed in heel erg genuanceerd doen over alles en iedereen. Ik ken maar weinig mensen die zo in het midden kunnen staan en er toch een gefundeerde mening aan overhouden.
Ik ben zijn liefste maar ik ben niet zijn lief. Wanneer hij televisie kijkt en ik niet, gebeurt het dat hij stilzwijgend plots het volume harder zet. Dan gaat het altijd over iets dat mij interesseert. Dju toch, denk ik dan, hoe weet hij dat? Hij bewondert mij om mijn objectieve benaderingen van vrouwelijke intriges, om mijn van nature felrode lippen, mijn atletisch uithoudingsvermogen, mijn grote pigmentvlek en de zeven sproeten die hij daar graag in telt. Hij vindt het belachelijk dat ik aan beenontharing en zonnebank en aan tetjescomplexen doe. Toch weiger ik met die dingen op te houden.’s Middags eet hij zestien belegde boterhammen. Zestien. Hij kocht net een appartement, ik een huis, we doen allebei niet aan sport maar wel aan keiveel overuren, en verder kunnen we uren babbelen over bijvoorbeeld latijnse benamingen van planten in den hof. Zelfs op zijn vrije dag trekt hij toch een tshirt aan met het logo van zijn eigen bedrijf. Zijn eigen bedrijf is eigenlijk de mannelijke versie van wat ik doe op mijn werkvloer, wat wij ook remarkable vinden, net zoals onze reispaspoorten indertijd op exact dezelfde dag zijn aangevraagd -ook al kenden we elkaar nog niet- en dus ook op dezelfde dag vervallen. En de jongen waar ik als twaalfjarige hartstochtelijk verliefd op was -mijn beste vriendinneke ging het aanvragen terwijl ik in de boskes stond te schuilen zodat hij mij en mijn schaamrood niet zou kunnen zien- is nu zijn beste vriend.
In heel veel dingen zijn we heel erg traag. Verwachtingen, bijvoorbeeld, daar doen we niet aan mee. Raak je alleen maar teleurgesteld van. Etiketjes: ook niet. Dienen toch maar om iets te benoemen waarvan ge maar al te goed weet wat het is, en om na een tijd losgepulkt te worden door onszelf of elkaar of iets overmachtsachtigs. We weigeren elkaar als lief te profileren. Ons blijft gewoon alleen van ons.
Zoals we graag soms doen van fleske wijn erbij, maar alleen soms want altijd is niet meer bijzonder, zo doen wij het ook voor elkaar: ons is er soms, dat is bijzonder, alle andere dagen zijn gewoon, en zo houden we de teleurstelling minimaal.
En dat werkt. Wanneer ik afscheid van hem neem, doe ik dat altijd met de veronderstelling van weer minstens een week zonder. Toch slaagt hij er telkens in me binnen de 24 uur weer te spreken. Dat is dan feest, ook al is dat dan niet veel meer dan heb jij goed goed geslapen - boa joat - hard gewerkt veel spierpijn - en het was weer zo fijn gisteren he?. En iedere keer denk ik: het kan niet anders of we zien elkaar weer een beetje liever.
We doen wat we doen, en we kunnen maar hebben wat we hebben. En we zijn wie we zijn. Elkaars liefste, niet elkaars lief.



Who’s the house-owning bitch now, huh, y’ all?!
28 maart 2008, 12:33 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Het kan verkeren. En snel gaan. Het is een beetje griezelig, zelfs.
Eén maand nadat ik een serieuze tegenslag had te verwerken, waardoor dan maar meteen ineens alle verdriet kwam bovengemodderd, ik dacht dat ik niks kon en dat niks mij ooit zou lukken, kan ik zeggen dat ik een huis, een vriend en een rijbewijs heb. Dat is ruim gerekend en lichtjes overdreven en met rekbare begrippen, maar toch, maar toch.
Een huis dus. Volwassenmensenwereld. Ik wandel door een huis, ik klop wat op muren, ik stamp wat op vloeren, ik strijk met mijn handen over het aanrechtblad, ik doe wat deurtjes open, toe, en kijk alsof ik er alles van ken wanneer ik naar het badkamerplafond staar. Ik wandel vier dagen later nog eens door dat huis met een isolatie-expert er bij, 320 mm of 640 mm? vraagt hij, en ik knik alsof ik dat de allerlogischte vraag vind. Zo dacht ik die ochtend nog na of een oranje truitje op een groene broek eigenlijk wel kan, en zo praat ik plots over beerputten en roofing en akoestiek. Daar is maar weinig wijvenweek aan. Ik denk veel na, reken nog meer, bespreek volwassenmensenwerelddingen met ouders en grootouders en vrienden en collega’s. En vooral: ik voel het. Nog eens drie dagen later ben ik opnieuw in het huis. Ik wordt er intussen bij naam genoemd, en ik krijg een zoen, en alles is gemoedelijk, en vrolijk, en ik merk dat de zeeën daglicht van overdag plaats maakten voor een oergezellige sfeer, en ik voel het nog steeds. En plots hoort ge uzelf een bod doen, en ge denkt: als ge over een jeans van vijftig euro soms al een halfuur na moet denken, hoe verschrikkelijk vreemd is het niet dat ge over iets van zo veel duizenden euro’s, zo veel dat duizend meer of minder eigenlijk niet veel meer uitmaakt, toch relatief gezien makkelijk en kalm en snel kunt beslissen? “Denk er maar eens over na, ge hebt mijn nummer”, zeg ik dan, alsof ik iedere week aan huizen kopen doe. En ge stapt buiten op iets wat misschien uw voetpad zou kunnen worden, uw vader rammelt eens lief aan uw schouder en zegt “Dat ziet er goed uit”, en uw moeder pinkt een traantje weg. Ik was nog geen kwartier thuis of ik krijg telefoon. Dat zij het ook voelen en dat ze akkoord gaan met uw bod. Voila, en dan zijt ge plots een house-owning bitch. Van een crib met een tuin en een kookeiland en een bemozaïekte inloopdouche en een zijpoortje en een open haard en een dressing. In mijn master bedroom is zelfs een aansluiting voor een jacuzzi-en-suite voorzien, waar ik mij niet aan ga wagen. Maar het is er en het klinkt lekker decadent. Mijn crib staat in een neighbourhood waar ook een park is, hoera, wat handig is voor zomers en vrienden met picknickmanden en voetballen en boekskes om door te bladeren, en er is ook een shoppingcenter, maar dat is dan weer iets voor wijvenweek. Er hangt een heel verhaal vast aan mijn crib, dat ik misschien ooit wel eens zal vertellen. Het gaat over Costa Rica en pilootlessen en vriendendiensten, en ik vind het prachtig.
Ik heb een huis gekocht! Ik heb een huis gekocht! Ik heb een huis gekocht! Reuzehartverwarmend zijn de vele verschillende reacties: terwijl de ene alleen maar hoofdletters en uitroeptekens gebruikt, is de andere zeer kritisch, wat mag. De ene vindt die ene rode muur heel erg mooi en de andere juist helemaal niet, maar bijna allemaal willen ze komen schilderen. Mijn ouders zijn apetrots dat hun vijfentwintigjarige dochter op haren allenen beslist een huis te kopen, en ik ben dat eigenlijk ook. Er zijn mensen die beginnen over misschien toch de zijgevel extra isoleren, en er zijn mensen die beginnen over mojito’s komen drinken in mijn tuin. Daar zijn we echter nog lang niet: eerst moet ik een oerwoud aan notarissen en bankmeneren en papieren en telefoontjes overwinnen. Maar het komt allemaal goed! We zijn zelfs al goed bezig! Overigens: befacebookte blogmakkers kunnen reeds wat primair beeldmateriaal aanschouwen in mijn fotoalbum.
(Over de bijna-liefde later meer. Maar hij kan al ‘mmm?’ zeggen en dan weet ik niet alleen dat dat een vraag is maar ook nog eens welke, en dan kan ik ‘mmm’ zeggen en dan weet hij niet alleen dat het een antwoord op zijn vraag is, maar ook nog eens wat ik wil bedoelen. Telepathische gesprekken op de heerlijkmagische grens tussen net-nog-bewustzijn en heel diep comateus slapen. Sinds een kleine maand is m definitely mijn favoriete letter geworden. Mmmmm. En ik heb helemaal geen etiketjes nodig om gelukkig te zijn, blijkt nu.)
(Ook over het bijna-rijbewijs later meer. Ik heb al vijfentachtig kilometer per uur gereden intussen, en ook al bijna mijn vinger opgestoken naar een vrachtwagenchauffeur, bijna maar nog niet helemaal! En op mijn papiertje staat dezelfde datum als dat van het goedgekeurde bod. Wat cool is.)
Alles is cool. Ook kindjes die hun paaseiers moeten zoeken in een sneeuwtapijtje.



Hoe het dus verder ging
17 maart 2008, 11:17 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Alles ging goed.
Alles ging goed tot wij tête à tête ergens op het Antwerpse Zuid van een goed glas wijn aan het slurpen waren. Buiten striemde de regen.
“Vuur, jij bent alles wat ik in een meisje kan durven willen verlangen” Hij sprak wat werkwoorden te veel, maar tot daar ging alles goed.
Hij herhaalde de werkwoorden nog eens, en was daarna verschrikkelijk zelfzeker. “Maar ik ben een egocentrische klootzak. Ik wil enkel aan mezelf denken. Ik kan geen rekening houden met anderen. Ik kan u mij niet aandoen. Als ik tot een gat in de nacht wil werken, dan doe ik dat, als ik een gans weekend aan zee wil zijn, dan doe ik dat, als ik alleen wil zijn, dan doe ik dat, als ik heel heel vroeg wil gaan slapen, dan doe ik dat, en als ik heel heel vroeg wil opstaan, dan doe ik dat ook.”
“Hmm.” glimlachte ik. “Ik zit dus aan tafel met een eikel.” You better pay that bill strakskes, makker.

Ik was er niet eens ongelukkig om. Ik wist hoe hij was, dat het vroeg of laat zo zou eindigen. Ik had gehoopt op het tweede, bon, maar het werd dus toch de ‘vroeg’. (”Het zou helpen moest je eens een keertje vallen op iemand waar niét eeuwen van op voorhand afdruipt dat er arrogantie, egocentrisme, bindingsangst, moeilijk karakter of eigenzinnigheid mee gemoeid is, Vuur”)
(Ook vond ik dat we alsnog wel matchten op dat vlak. Als ik vrijwillig zestiguren werkweken wil kloppen, dan doe ik dat namelijk. Ook twee of drie na elkaar. Als ik leuke afspraken cancel om alleen op mezelf niets in het bijzonder te kunnen doen, dan doe ik dat. Enzovoort. Twee eigenzinnige autisten bij mekaar, het zou wat geven.)
En eigenlijk ging alles daarna ook wel goed.

Ik ben niet iemand die het onderste uit de kan haalt om te overtuigen. Mensen moeten zelf maar weten wat ze aan iets of iemand (mij, in dit geval) missen. Ik ben niet bang van begrippen als ‘vrijheid’. Run Forest, run! Ze mogen van mij wegrennen en de wereld exploreren. Als ik iemand graag kan zien door hem nooit meer te kunnen zien, awel, dan zal ik hem op die manier graag zien. Maar als ik iemand graag zie wil dat ook zeggen dat ik blijf. Dat ze gerust in de bossen mogen gaan hossen, en ik hen daarna opwacht met ne warme choco. Of een fris pintje. Meestal marcheert dat. Ben ik nogal arrogant door zelfzeker te kunnen zeggen dat het bij mij gezelliger is dan in de bossen?
Dus ik deed alsof het me niet echt heel erg deerde (en eigenlijk deed het dat ook niet) en wij hadden verder gewoon een goed gesprek. Het is geen slechte kerel, het is zelfs een goeie. Hij is eerlijk en correct en is zich bewust van de verschillen tussen mannen en vrouwen. En dat it takes two to tango. Zo zijn ze echt niet allemaal.

En na het eten gingen we gewoon nog elders pinten pakken en we gingen naar huis met twintig dingen in ons hoofd die we samen nog moesten doen. Ik zou mee zijn nabijtoekomstige meubels kiezen, hij zou mijn nabijtoekomstige tuin ontwerpen, we moesten die en die film nog zeker samen zien. En we zoenden toch nog bij het afscheid. Ik wist dat het zo zou gaan.

Netnietbijnaweltochnietmeerendaarnahalfterug: story of my life.

Mijn leven is zo slecht nog niet, vond ik, vind ik, dus dat hoort gewoon door te gaan. Zo simpel is het.
Een dag later kreeg ik op de werkvloer een ontbijt van appelcake met kaneel en verse muntthee, babbelde bij met de jongen die laaaang geleden ooit mijn eerste zoen gaf en zat ik in Brussel met mensen die ik al tien jaar tot mijn beste vrienden reken. Dat is een luxe. Het is thuis zijn. En mijn avondmaal bestond uit paprikachips.
Twee dagen later ging ik twee huizen kijken -één mooi, één lelijk- (Vuur is nog steeds op huizenjacht, dus, ja hoor), ging ik illegaal autorijden -ik durf al veertig per uur!-, trok ik mijn knalrood jurkje-gewaagde schoentjes-combinatie nog eens aan, zong de ziel uit mijn lijf, en likte duimen en vingers af bij real-life-relatieverhalen in stamkroeg B., zeker omdat er soap-life BV’s mee gemoeid waren. En dat de foute ex van vriend A plots ook de foute ex van de ex van vriend G blijkt te zijn. Ik belandde geheel onverwacht op een fout feestje en het bier in mijn maag bleek niet zo’n goede fond voor de vodkaredbull die daar zo goedkoop was. Ik weet nog dat ik met mijn armen wijd gespreid in het oor van vriend G gilde dat ik dronken was, en dat hij teruggilde dat hij ook zo weg was als iets, maar dat het allemaal zo plezant was, dat dit was wat wij echt eens nodig hadden. Buiten belandde ik met mijn knalrood jurkje languit in de modder en ik vond het niet eens erg. Ik genoot van iedere seconde zelfs. Iedereen sloeg aan het dansen, roken en luid lachen. Ik voelde me zestien en tegelijkertijd was het het zestiengevoel dat ik nooit heb gehad. Ik moest de trap opstommelen en vond dat heerlijk. Toen moest ik de trap weer afstommelen want ik had een boefkick.
Drie dagen later werd ik wakker met een licht gevoel in mijn hoofd en deed aan zelfreflectie, zoals dat soms gebeurt na nachten zoals de voorafgaande. Why wait for Mr Right when you can have so much fun with all the others, dat soort toestanden, en dat het niet verkeerd is af en toe een beetje fout te doen als dat het is wat u meer adrenaline bezorgt. (Zonder potten te breken, uiteraard. Ik heb niet veel principes maar potten zullen er nooit mogen worden gebroken.) Ik lag nog in bed te glimlachen en te beseffen dat ik twee dagen bijna niet aan de jongen met de krullen had gedacht, toen ik plots een berichtje van hem kreeg. “Goedemorgen, lekker ding! X! Zin om vanavond af te spreken?”. Jamaar, zo niet hé, dacht ik, maar ook: ja, zo wél!
En zo kreeg ik dan toch maar weer gelijk. Dat het bij mij gezelliger is dan in de bossen. Dat ge ze maar moet loslaten en dat ze dan vanzelf terugkomen.
En zo kwam het dat ik die avond met hem deed alsof het nooit anders was geweest: we kropen achter de pc en ik liet hem mijn huizen zien. Hij sprak met verschrikkelijk veel verstand van zaken en ik vond dat sexy. En we vertelden over ons weekend en over onszelf en we kibbelden over onze filmkeuze en toen de filmkeuze eindelijk was gemaakt besloten we de film gewoon terug af te zetten omdat we telkens weer begonnen te vertellen. Hij gaf mij alle paarse snoepjes, en ook duizend kusjes.

En ik vond het verdacht. Dat hij spreekt over vrijheid maar toch uit zichzelf op zeven dagen tijd drie keer afspreekt, twee keer belt en vijf keer smst. (ik voel me al bekanst beperkt gaan worden in míjn vrijheid, ha!) Dat hij telkens zo veel complimenten geeft, mij openlijk zo wauw vindt, mij zo wauw doet voelen, dat hij kijkt alsof hij niet wil stoppen met kijken.

Als dat het is wat er nodig is, alleen maar zwijgen over bepaalde grote woorden om de inhoud van die grote woorden te behouden, dan ben ik nog wel mee. Ik ben sowieso geen etiketjesmens, en ik blijf zelf ook nog altijd een eigenzinnige autist. Als hij het woord “Relatie” niet wil horen, deal. Dan wil ik het woord “Bindingsangst” niet meer horen.
Verder weet ik niet wat het nu eigenlijk precies is, hoe het nu verder moet, wat ik ben voor hem, wat hij is voor mij. Ik voel mij goed, en dat is hoe het hoort.



Flashback fast forward
11 maart 2008, 11:17 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Ik verwaarloos veel de laatste tijd. Mijn blog, sommige vrienden, maar ook mijn eigen vuur waar ik zo graag voor sta. Mijn doen-denken-laten vergt de laatste weken erg veel energie. Nooit eerder concurreerden hoofd en hart zo erg, nooit eerder bleef de feedreader zo ongelezen, de rommel zo hoog opgestapeld, nooit eerder was het dal zo diep - maar ook de top zo hoog.

Na de zoveelste dikke tegenslag voelde ik me een loser. Een dikke dikke loser, want alles wat ik onderneem, mislukt. Echt waar. Of het nu over huizen of manmensen of studies of kapsels gaat, alles wordt verbrod of verbrod ik zelf of blijkt achteraf heel erg te stinken. Ik ben het soort mens dat doorgaans achteloos door het leven huppelt. Wat op mij af komt, komt op mij af. Er zit genoeg vuur in mij om van kleine gewone dinges grote zalige dinges te maken. Wat mijn neusgaten binnenkringelt als ik voorbij de wasserette fiets. Collectieve koffie vooraleer het werk des ochtends wordt aangevat. Hoe mijn kat schaamteloos knallende scheten laat.
Als, àls ik dan toch op iets mijn zinnen zet is het net-niet of net-wel-en-vlak-daarna-niet-meer of dat-was-helemaal-niet-wat-ik-eigenlijk-bedoelde. Of er zit zo veel in mijn hoofd dat een klein beetje van dat veel ook al niet meer lukt. Ambitie die daadkracht in de weg zit, hoe ironisch het ook klinkt. Frustraties van eigen menselijke misstappen. En wat heb ik eigenlijk allemaal al bereikt, he, he? Niet veel, he? En ik denk te veel. Zo dat het zelfs mijn anders-toch-eeuwige-optimisme in de weg gaat zitten.

Maar mijn vrienden zijn de beste, de liefste, de slimste, de grappigste, de mooiste. Ik ben rijk, met hen. Dat is wat ik heb. Al de rest waait over, op den duur.

Overwaaien. Op een feestje bijvoorbeeld, waar zowat iedereen is. Een jongen met een pluchen Nemo-pak, een meisje dat een gans oogpotlood aan een Zorromasker heeft verspild, een Sara die een ganse avond in haar rol blijft -voor mij een pepsimax alstublieft-, boa’s en pluimen, paters en nonnen, elvissen en gasmaskers. En vooral: pintjes te veel, want pas achteraf op de foto’s zie je wie naar wie keek, dat er iemand in een hoekje stond te huilen, dat die ladder er al zowat de ganse avond zat, maar ook: Fuck, Vuur, gij marginaal zat wijf, zo met uw armen boven uw hoofd en met uw mond open dansen. Ik ben geen marginaal zat wijf, for the record. Maar als ik aan ‘t gaan ben, dan ben ik aan ‘t gaan. Zo gaat dat met mij. Als ik moet huilen, dan is het tranen met tuiten en tuiten met snottebellen. Als ik in de juiste dansmood ben, dan zwier ik met vriend G. al jivend over de vloer, doe een demonstratie Argentijnse tango met de kortgewiekte filosoof, en jump ik met de zus van de dochter van mijn wannabe-schoonouders. Liefst dat alles  tegelijk met iedereen tegelijk.

Ik had mezelf ook nog een geheime supertopsecret missie opgelegd, op dat feestje, waar ik in slaagde. Want de jongen met de krullen van weet-ge-nog-toen was er ook.
Toen de vogelkes bijna weer aan het fluiten waren, was mijn roodkapjesmandje niet het enige gadget waar ik mee wegfietste, want de jongen met de krullen was er ook, en ik zat achterop. Het was pas vele uren later dat ik ook daadwerkelijk naar huis fietste, en ik was beschaamd hoe het daglicht mijn roodkapjesmandje moest verdragen, maar het was niet daarom dat mijn wangen bloosden.

Als een meisje tegen een jongen zegt “Bel je me?”, wil ze eigenlijk zeggen: Jij moet me bellen want als het van mij afhangt zal het al belachelijk sebiet zijn. Als in: tien minuten nadat ik je deur uit ben. De jongen hoeft dus niet te vragen “Wanneer?” - hij mag kiezen, zo vroeg hij wil, het hem uitkomt, hij er aan denkt, zin in heeft. Het meisje stelt voor zichzelf een aanvaardbare termijn van dat ik-moet-gebeld-worden op. De grens tussen gelukkig en ongelukkig. Ze legt het lot in zijn handen, maar dat van haar geluk in de hare. Het geluk is gemakkelijk te vinden voor wie het zoekt: dat hij vroeg wanneer, wil zeggen dat hij rekening wil houden met haar wensen, bijvoorbeeld. Alle uitspraken worden in haar voordeel verdraaid.

Ik kan al dagen amper eten, ik ben zo voortdurend zenuwachtig-om-geen-reden dat mijn hoofd er licht van wordt, ik ben euforich en panisch tegelijk, heel erg gelukkig maar ook heel erg onzeker. Voortdurend, voortdurend. En ik weet begot niet meer hoe het moet.

En hij belde terug. Ruimschoots voor de aanvaardbare termijn.
Vuur is verliefd.



Bwoa(rds)
3 maart 2008, 1:38 am
Ingedeeld onder: Uncategorized

Ik had het moeten weten. Had ik maar iets met wat meer stof moeten aandoen. Ik heb het zelf gezocht: het enige wat achteraf over Vuur-op-de-Bwards werd geblogd, ging over mijn benen, borstekes, lijf, kleedje, lippenstift, heetheid, weetikveel, ik werd er zelfs voor bedankt. Geilaards zijn het ja, die blogosfeerbewoners, die er van verschieten dat vrouwelijke bloggers dan toch daadwerkelijk vrouwelijk zijn, alle Abel-Ransbottyns-op-een-stokske-nog-aan-toe. Zitten ze te zagen voor meer vrouwvolk in de blogosfeer, blijken ze er nog niet klaar voor te zijn. Ik had het express gedaan natuurlijk, laat ons daar duidelijk in zijn, ik had dringend meer pageviews nodig en mijn ego kan altijd een paar kilo’s extra gebruiken.
Ik deed mijn beklag bij Brutin, one-on-one-live-blogging-of-zoiets, want hij was te lam om van achter zijn pc te komen maar hij wilde er toch heel graag bijhoren. “In all fairness, uw decolleté is dan ook interessanter dan uw blog tegenwoordig”, smste hij terug. En hij had natuurlijk gelijk, verdomme. Dat was iets wat geen van de aanwezigen was opgevallen trouwens, dat er een gat gaapte in mijn archief.
Gelukkig was er Tantieris, lieve Tantieris, die van mij de prijs krijgt van best-dressed-blogger, hoewel die madam met haar hondeke krap achter ligt. Ik vind dat Tantieris eindelijk eens moet stoppen met zagen over haar leeftijd trouwens, okee, ze heeft kinders en auto’s en diploma’s en manlieven en huizen en serieuze jobs, dat heb ik allemaal niet -dus ze moet wel een beetje ouder zijn dan ik, anders voel ik mij he-le-mààl een loser- maar voor de rest is ze voor mij totally zevenentwintig en mag ze mijnne maat zijn in goede én kwade tijden. Ze maakt mij aan het lachen, zelfs zonder bokalen wijn, dus ze verdient nog heel veel meer dikke zoenen.
Ook gelukkig was er de (ver)beeldige Kathleen, de rosse. Ze was in goed gezelschap zo, met de blonde Lime en de donkerharige Webstekske, alledrie toffe madammen, nog toffer dan K3.
Stefan, Tijdtussendoor, Ann, Lama, Pietr, Maarten, Herman, Imke, Vincent, Bart, Clo, Emich, Matthias, Roedi, Do, Christophe: allemaal tofferds die (hoop ik) verder keken dan mijn benen lang schijnen te zijn. De schoenen waren geleend van de buurvrouw trouwens, en al de rest was te danken aan bommanylons van de Carrefour. Drie euro negentwintig. Zo, is die magie ook weeral ontkracht.
En Ntone, met of zonder witloof, hij stond al eeuwen in reader&roll en ik was het gladvergeten.
En Marnik, at last we met, ik vond dat nogal ne knappe precies en moest ik niet weten dat hij verloofd is, ik zou hem nog mee naar de cinema durven vragen. Anderen ook trouwens, hoor.
De nootjes in plastieken pottekes deden mij denken aan saaie feestjes in parochiezalen. Het Bwardsconcept was een beetje op zoek naar zijn identiteit, geloof ik. Als het volgend jaar au sérieux genomen wil worden als awarduitreiking, moet het een beetje meer ts-ts-ké-boem-tschíng zijn.
Maar ts-ts-ké-boem-tsjing, ik vond het fijn en velen met mij! Sociale evenementen kunnen er nooit genoeg zijn! One love bloggers united spread the wooooord.

En nu ga ik gewoon terug stukskes schrijven, zenne. Daar ben ik heel veel beter in dan in het showen van mijn tetten.



Vale teint
14 februari 2008, 9:45 am
Ingedeeld onder: Uncategorized

Tis een fijn filmke, en vandaag magda.
Ik valentijn, jij valentijnt, wij zullen allemaal gehebben valentijnd.

Ik kruip straks in de zetel bij één van mijn leukste vriendinnen, om te doen waar wij goed in zijn: niets in het algemeen, maar alles is bijzonder.
En geullie?

Aan de geheimen in mijn hart: jullie zitten daar verschrikkelijk goed. Het is een grote boze wereld, daarbuiten.
Aan mijn vrienden: ik heb u graag. Uitroepteken!



Con capilli: omnis relativia, et omnis melior cuando nodo con relativius
13 februari 2008, 10:33 am
Ingedeeld onder: Uncategorized

WAVOORN SCHANDALIG LIEVE MENSEN ZIJN JULLIE WELNISEG! KOM EENS AMMAAL IERE DAKU STEVIG VASTPAK!  !Liefde!
Het ding is dattik helemaal niet van plan was te stóppen met nietsdanvuren hoor. En ik was ook helemaal niet boos of verdrietig op of om of in of tegen of over de blogosfeer. Ik kan heus wel tegen ‘n stootje, en zelfs tegen wat ongefundeerde verwijten. Zoals bij zo veel dinges des levens: het geheel is meer dan de som van delen, en plots wasser een deeltje te veel. Hop, even ademen. Een mens heeft dat nodig. Dus! Het ligt niet aan jullie! Het ligt aan mij! Enzovoort.
Welaan, ik prevel opnieuw een welgemeende sorry, maar dit keer omdat ik zo’n ondankbaar leuterend klein kind ben. En zo’n aandachtshoer. Ik ben helemaal geen aandachtshoer! Dan toch nog eerder een arrogante bitch *=o*
En danku.danku.danku voor de enorm hartverwarmende complimentjes; zo’n gloeiendwarme commen’taartjes vindt ge zelfs niet bij de warmste bakker. Deugddoenerij & gepaste trots all over the place.
Het belachelijke is dat ik een paar uur na dat laatste berichtje al op de trein zat - naar een stel bloggers. Een half moleskientje vol te krabbelen met dingen die eventueel ooit al dan niet geblogd worden. How very ironic. Zo zit mevrouw te zeuren over de blogosfeer, en zo zit ze op restaurant met een stel bloggers. Een hypocriete bitch, dat ben ik, ja.
Maar goed! Ik ben er weer! Geloof ik. Ik had het intussen ook eventjes druk.
Druk met supersupertriestig zijn, als ik eerlijk mag zijn, en dat had dan niks met blogosferiteiten te maken overigens. Zo supersupersupertriestig dat het genant zou zijn geweest moest ik iets geblogd hebben, toen. Ondertussen heb ik mijn schoonste relativeringskleedje weer aangetrokken, want naar verluid staat mij dat het best, dus misschien dat ik er later toch nog een blogpost aan wijd. En ik vermoed dat het principe van de communicerende vaten ook een beetje geldt voor verdriet: eens het snot heeft gelopen, blijft het lopen tot alles eruit is, zoiets. Want na mijn verdriet werd ik ziek. Erg ziek. Eerst dacht ik dat ik gewoon wat moe was van de de zware dagen ervoor (oprecht verdriet is immers ver-moei-end, mind you) (en mijn god wat klink ik zielig, aandachtshoer die ik ben) maar toen zei de dokter toch dat ik een paar dagen op stal moest blijven. Dus toen had ik het druk met daar knorrend (en ook voornamelijk ronkend) gehoor aan te geven. Daartussenin ergens haalde ik mijn theoretisch rijdinges -eindelijk- en die avond deed ik mijn eerste vier toertjes. Met de auto. Op de parking van de supermarkt. Daar ga ik nog heelder blogposts aan wijden, denk ik, aan die rijdinges. Enfin, sturen gaat al heel goed en gas geven nog beter, maar dat remmen … dat remmen! Daartussenin ergens werd ik ook weer maar eens verliefd op een huis en had ik het heel druk met centen tellen en calculaties maken en toekomstspeculeren en voor- en nadelen afwegen en ook wel met het spreken met bankmeneren. Als u er tegen het eind van de maand niets meer van hoort, dan heeft het niet mogen zijn -ander en beter-, en indien wel, wel, dan zullen daar ongetwijfeld ook nog heelder blogposts aan worden gewijd. House-owning bitch die ik dan ben. U ziet, er zullen hier precies nog veel blogposts worden gewijd, dus geen stress en geen paniek -ikbenvoorlopignietmeerzieligennogmaareenbeetjeziek- we zijn bijna weer laaiend.
En nu heel veel zand en mantels der liefde en ook wel Haagen Dazs Forest Fruits & Cream. Erover. Over naar de orde van de dag.

["Alles is relatief," zei ik daarstraks "en alles is beter wanneer ge er een relativeringsstrikske rondknoopt". "Vertaal dat naar het Latijn en ik tatoëer het op mijn kont", kreeg ik als antwoord. Ik hou 'm er aan.]



Alles behalve Vuur
2 februari 2008, 9:46 am
Ingedeeld onder: Uncategorized

Omdat er zijn die mij ‘een groot ego’ noemen omdat ik niet zomaar met iedereen buitenblogs wil afspreken …
Omdat ik arrogant word genoemd wanneer ik sommige bloggers/bloglezers niet de aandacht wil en/of kan geven die zij vragen (en verdienen) …
Omdat er sommigen op hun tenen getrapt zijn wanneer ik niet altijd op persoonlijke vragen wil antwoorden …
Omdat er ‘first-life-vrienden’ zijn die mij ‘wannabe-hip’ noemen naar aanleiding van wat ik soms schrijf …
Omdat ik door een bepaalde blogger openlijk word uitgelachen omdat ik af en toe durf schrijven dat ik mij niet altijd even gelukkig voel …

Heb ik even schoon genoeg van die godganse ‘blogosfeer’ en zeg ‘nu even niet’. Te veel is te veel.
Het is gewoon maar een blog, he mannen.

Moet ik mij schuldig voelen? Moet ik beschaamd zijn om wat ik schrijf?
Ik prevel een welgemeende sorry.



Momenten (helaas slechts een paar)
24 januari 2008, 10:42 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Zo immens veel gedane zaken waar ik over kan bloggen, en des te minder tijd om er over te schrijven. Schade, schande, gezonde zonde! Het gaat er niet beter op worden: de zes komende weken staat mijn agenda -nog steeds- volgepland met allerlei leuks. Ik ga nauwelijks de Bwards halen, babies.

+ Ik was nog eens gastvrouw. Tien amigos in mijnne living. Vijf mannen, vijf vrouwen, want evenwicht moet er zijn. Frietjes in de zetel, terwijl we de camerabeelden van hoe de frientjes die frietjes waren gaan halen bekeken. Toen het eten op was, gingen alle vijf de vrouwen door. Bleef ik nog over met vijf mannen. Junglespeed aan mijn eettafel, goocheltrucs, en een zelfverzonnen versie van President, waar ik nooit ‘kuisvrouw’ of ‘hoer’ was, tot spijt van mijn mannen. En in tegenstelling tot mijn mannen. Als president zorgde ik goed voor mijn onderdanen, maar toen ook het bier op was, gingen er twee naar moeder de vrouw, en bleef ik over met nog drie: hij die ooit mocht proeven hoe mijn kussen kunnen smaken, Vriend G. die mij op mijn verjaardag een bbq aan de kaaien bezorgde, en hij die wildbemaand en blootbeborst het mooist gitaar speelde in Barcelona deze zomer. Het was al lang nacht, intussen. Mijn drie mannen kropen achter mijn piano terwijl ik er languit in de zetel een beetje bij ging liggen zingen. Zo kwamen we tot de vaststelling dat er een akkoordenschema bestaat waar je zowat àlles mee kunt begeleiden: van Go West tot heel wat Samson&Gert, van Scatman John tot Coolio, IkBenVandaagZoVrolijkIkWouDatIkJouWasVliegMetMeMeeNaarDeRegenboog: alles, alles, alles. C G Am Em F C F G, baby. Wooooord.
En toen er eindelijk werd doorgegaan deden we dat waar we goed in zijn: niet doorgaan, maar nog een halfuur leuteren terwijl ik in mijn voordeur sta te bibberen en zij slechts millimetergewijs de oprit afschuifelen. Het briljanste idee van de avond ontbroeide daar. Wij gaan er voor zorgen dat de avond voor Valentijn de wereld heel even beter word. Of toch tenminste het klein stukje wereld that is onze neighbourhood, yo.
+ Ik had een luie-avond-film-in-bed-date. Ik belde aan. De deur werd opengedaan. “Dag schoonheid! Hoe is het met u & uw geweldig leven!” Ik kreeg een dikke zoen. “En ge ruikt weeral zo lekker, zeg!” Het is altijd fijn enthousiast en bejubelend begroet te worden, dat wel. Het ding is dat het de vader van mijn luie-avond-film-in-bed-date was, die dat deed. “Uw vader is toch een pateeke, hoor” zei ik tegen mijn date. “Och, zwijgt mij er van!” En we kropen lui in bed en we kwamen er pas uit toen we zelfs te moe waren om lui in bed te liggen.
+ Dagje vrij + wel wat budget = we moeten toch ‘ns één dag gaan soldenen, niewoar? Nie woar dus. Gans Antwerpen én Wijnegem ging er aan, en ik kocht niet één kledingstuk. Niet één. Omdat ik eigenlijk alles al heb, besefte ik daar stilaan. Fluosokken, little black dresses, iets okergeels, een retro hemdje, eender wat: van alles dat ik vastnam omdat het mij leuk leek, moest ik toegeven dat ik al iets gelijkaardigs in één van mijn drie kleerkasten had steken. You need less to become more, dus eens thuis elimineerde ik de helft van alles. Fok maat, dat deed deugd! Als een ware Romeinse keizerin besliste ik met mijn duim over leven of dood van mijn bezit. Twaalf paar schoenen, honderdvijftien (115!) kleedsels en acht sjakosjen werden in dozen gepropt en verspreid over drie verschillende goede doelen. Ik ben weer helemaal zen, nu. Aaaaaoooommmm.
+ Ik was in een andere zetel dan de mijne gaan hangen en dus volledig uit het oog verloren dat ik die avond wel eens op tv kon komen. Tot er een aantal smsjes binnenstroomden van spotters. Vanuit professioneel standpunt werd ik als zogenaamde vakexperte geïnterviewd door een ex-Miss België (ha!ha!ha!), en de spotters zagen dat het goed was. Wat effectief goed was: mijn grieksgebruinde onderarmen met bijhorend rinkelend zilver werden mooi in beeld gebracht, en mijn naam was goed gespeld. Wat minder goed was: ik werd ondertiteld (eik!) omdat ik te snel praatte, en mijn beroep was helemaal fout geschreven. Verder vind ik dat ik -ook op tv- lief kan glimlachen. Heel stom wel dat er van een halfuurdurend gesprek zo weinig wordt getoond, maar dat had ik kunnen denken. Onze pr-manager loofde me omdat ik bewust zo veel mogelijk ons logo in beeld had gebracht -ik begin de truukjes te kennen- en voila, ok, dat was dan dat. Mijn mama wint de prijs voor meest originele reactie, overigens: “Nu vond ik altijd dat ik een knappe dochter had, maar als ge u zo naast die ex-Miss België ziet staan, daar kunt ge toch lang niet aan tippen, zunne.” Mijn mama is soms heel erg in-your-face. And I like it.
+ Mijn werkvloer zorgt wel voor meer interessante momenten. Spannende dingen die wij beleven, jom! Of het nu het van op afstand ontsteken van een warmtekanon is, of ons dagelijks sextalk-uurtje (”Vandaag op het programma: Uw avontuurlijkste locatie ooit”) wij beleven hilariteit en broederlijkheid en zijn daartijdens ook nog eens onmenselijk productief. We kijken met opzet net iets te lang die ene knappe architect na, gaan lunchen in elkaars living, richten Facebookgroepen op en combineren basilicumtoastjes met choco. En gisteren zei ik tegen mijn baas: “Neen, nu is het hier net een kleuterklas. Het laatste restje prestige dat aan ons imago kleefde, is nu echt wel weg. Als je dan toch met geld wil smijten, doe het dan op zijn minst in stijl” Daar kickte ik op, op de monden die toen achter zijn rug openvielen. Maar ik heb het gedurfd en ik werd er voor gewaardeerd, en qua spannendheid kon het tellen.

En verder vind ik het jammer dat mijn weinige uurtjes thuis soms volledig wegzakken in luiheid. Het gebeurt dat ik op een ganse avond niets zinnigs heb gedaan buiten drie online bankverrichtingen & twee gewonnen mijnenvegersspelletjes. Damn you, blogosfeer. Moest ik betaald worden voor de uren die ik in u steek, ik had mij al een villa in Brasschaat kunnen permitteren. Of, wacht eens …