niets.dan.vuur


Ik ben de zee en gij moogt met mij mee
22 oktober 2007, 11:14 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

“Doe nog eens iets”, stond er in mijn niets.dan.vuur-inbox te lezen. Een inbox die ik lately zelden check, mea culpa. Het is waar: de niets.dan.vuur-rivier kabbelt hier, in dezen bocht, wat meer op het gemakske. Maar het meisje dat de Vuurzee doorploetert ligt deze dagen te blinken in de zon. Ze drinkt van de herfst met grote teugen, hoort de acajoukleurige bladeren langzaam sterven, ruikt het geknetter. Ze doet vanalles.

Ze eet paëlla op het vierentwintiguurdurend buitenfeestje van de kortgewiekte filosoof. Het is koud, maar ze heeft het warm, want ze kan vertellen over nieuwe horizons. Rondom haar de mensen die ze het liefste heeft. Die altijd dichtbij zullen blijven ook lijkt de afstand soms wat verder. Ze pluizen mogelijkheden uit, spelen vals, ergeren zich niet, zingen hummend rond de terrasverwarmer, warmen hun handen aan en tussen elkaars billen, omdat het kan, omdat het mag, omdat het altijd zo geweest is en altijd zo zal zijn.
Ze neemt haar tachtigjarige bompa mee op sleeptouw. ‘n Cinemaatje, ‘n cafeetje. Ze geniet er van hem er van te zien genieten.
Ze verbrandt bruggen achter zich, brandjes waar ze fier op is, waar ze door sommigen met gebalde vuisten voor wordt toegejuicht, en ze besluit voortaan haar rechte schouders nog rechter te houden, het zo te houden, het oude bij het oude te laten, gesorteerd, oud papier. Hop, de stapel van wijze lessen op. (Vrienden, doe haar daar aan denken, moest het zijn dat het naïeve meisje in haar nog eens valt voor ongure typjes met ruige baardjes)
Ze slaagt er in dankzij haar VIP- en BV-connecties voor haar vaders verjaardag de cd van zijn favoriete groep door alle bandleden te laten signeren en personaliseren, en haar ogen blinken als ze de zijne ziet opensperren.
Ze gniffelt om 112 lege champagneflessen die ze ’s ochtends op haar werkvloer vindt – ja, ze was bij de happy few van het feestje van die nacht. Ze eet chocolade met gember en roze peper, houdt van haar mama die een smsje stuurt met niets dan ‘mdd gdt mgapajd ptnd aj kbp’ in, neemt de tijd om nog eens gezellig in stamkroeg B. te zitten, maakt daar plannen voor stamkroeg C., en zit vervolgens een paar dagen later in stamkroeg D. En ze zit er goed, met een jongen die grote en snelle passen neemt, maar rust praat en rust straalt en haar graag meeneemt naar het verleden. Een verleden waarin ze als elfjarig meisje hartstochtelijk verliefd was op de slimste jongen van de klas, en als zestienjarige wannabe-puber voor het eerst op café ging, in diezelfde stamkroeg D.
Ze brengt een dag door in de zoo met twee kinders. Kinders die het koud hebben, geen frietjes, geen cola, geen warme chocomelk en geen langere attention span dan drie seconden willen hebben en ze besluit dat het voorlopig niets voor haar is. De kinders dan, niet de zoo.
En wanneer iedereen toch nog even samen wil zijn, ook al zijnwemoeënmoetenwemorgenvroegopwanthetisweerwèrkendag, belt de enige die wél verstandig was iedereen op een respectabel uur op om hen naar hun bed te sturen. En dat ze binnen tien minuten het licht komt uitdoen. Dat doet haar gloeien, zo’n dingen, zoals ook bij haar persoonlijke kokkin die veelbetekenend ‘ahaa, een nieuwe eend in de bijt!’ knipoogt als ze zegt dat ze die avond niet mee-eet, zoals bij de werkmakker die een kappersschaar boventovert en haar frou bijknipt, bij de nieuwe Ikea-catalogus en een fris glas melk voor ze onder de dikste dons kruipt. Hij betaalt zonder verpinken haar diner, geeft haar steeds de beste plaats, geeft het soort complimenten die net subtiel genoeg zijn om enkel door slimme meiden te worden verstaan.
Ze hangt haar dromen op in zijn net iets te lange krullenbos, het is er rag dat voorlopig heus niet ontward hoeft te worden, waarop de druppels van verwachting langzaam verzilveren als ze er stiekem vanonder haar wimpers naar gluurt. Het is goed haar dromen zo van op afstand te bekijken … zolang hij ze maar bewaart.

Ze telt een donkergroene Mini Cooper, gemakkelijke stiltes, een kitesurfpassie, the lovers’ treatment, Jose Gonzalez en gesprekken over snoeischaren bij elkaar op en trekt er haar conclusies uit. Iedere wiskundige bewerking levert een resultaat dat net iets te groot is om amper genoeg te zijn. De niets.dan.vuur-rivier kabbelt in deze bocht, maar het is een reikhalzende curve. En alles komt zoals het moet, en alles is goed. En ze doet.



Maar voor u en u en u maak ik graag een plaatske vrij
5 oktober 2007, 12:25 am
Ingedeeld onder: Uncategorized

Met een linkerpols in het gips is het leven anders. Als overtuigd linkshandige zorgt het voor vertragingen. Tandenpoetsen gaat moeizamer, schrijven is pijnlijk, haren wassen wordt een gymnastiekoefening, typen gebeurt hilarischer, en ik moet onder ogen zien dat veilig fietsen eigenlijk niet kan. Zelfs mijn gat afkuisen is niet meer wat het geweest is. Ik leef -even- met een handicap.
Maar ik ben overmoedig. Ik denk te vaak dat als ik iets gewoon maar wegdenk dat het er dan niet meer is. Zo kwam het dat ik vorig weekend plots aan het trapgat hing: mijn onvermijdelijke val nog even uitstellend, genietend van het moment, aaaah, feel that rush of adrenaline, baby, want sebiet komt ongetwijfeld de pijn. Zo’n moment waarop het handig zou zijn een pause-rewind-en-doehetopterniefstmaardantegoej-afstandbedieninkske bij de hand te hebben. ZZZZap, zo was ik nog zo dom te denken dat zolders nodig moeten worden opgeruimd, en zo zie ik in dat zolders dienen om jaren te verstoffen – en nog even verstoffend verder kunnen, heus, echtigwel, als ge zo’n ambetant ding aan uw arm hebt.
En zo kwam het dat ik vanavond mijn fiets opklauterde, ook al liet die pols dat eigenlijk niet toe. Zij-die-over-alles-enthousiast-is en ik, wij hadden elkaar al veel te lang niet gezien, al zeker vier dagen niet!, en zoals dat gaat bij meisjes op de fiets, die hebben elkaar altijd veel te vertellen. Bij vertellen hoort gesticuleren, bij gesticuleren hoort met uw stuur zwiebelen, bij met de sturen zwiebelen hoort sturen in elkaar haken, en daar hoort dan weer bij: vallen. Vallen en opstaan. Vallen, lachen en opstaan.
En net zoals die paar seconden dat ik aan het trapgat hing, verloopt zoiets in s l o w m o t i o n. Een gesprek dat stokt, ge kijkt allebei naar uw stuur in de hoop dat uw telekinetische gaven miraculeus plots hun werk zouden doen, ge roept ‘aiaiaiai pas op!’, ook al weet ge allebei dat het onvermijdelijke al lang niet meer valt te vermijden. En tijdens het vallen denk je: shit, mijn pols! waardoor ge u volledig op uw andere pols concentreert, daar keihard met uw volle gewicht op valt, uw vriendin keivol met haar harde gewicht op u, en ge krabbelt recht en ge klopt het stof van uzelf en van elkaar af en ge roept ‘ca va!’ – ‘ja, ca va!’ en de ganse voorbije honderd(*) woorden, dat allemaal, gebeurt in amper vijf seconden.
Zo kwam het dat ik vanavond in een pracht van een theaterzaaltje naar een pracht van een cabaret-onewomanshow-kleinkunst-musicalmonoloog zat te kijken, terwijl er een gat zat in mijn nylonkous, een scheur in mijn linkerroodleren botteke, bloed op mijn knie en bloed op mijn hand, maar het kon mij allemaal niets schelen, want ik luisterde naar Evi en ik moest huilen en lachen, écht huilen en écht lachen, en het leven is schoon en ik heb er overal allemaal goésting in. Want dat was iets wat Evi, met al haar levenswijsheid, teweegbracht in de zaal. Een zaal vol bekende gezichten, want Evi speelde een thuismatch, voor mensen van vroeger die net als ik vinden dat uit het oog niet uit het hart hoeft te zijn. Het was een warme avond, met warme gevoelens, warme mensen, en warme handen. En ik dacht terug aan de tijd toen Evi en ik samen op het podium stonden, jaaaaren geleden, in het toenmalig Amerikaans Theater, waar de Droomfabriek werd opgenomen. Wij waren fan van de Droomfabriek toen, en dus ook van Bart Peeters, wat mooi uitkwam, want een halfuur daarvoor stond hij met ons nog moppen te tappen in de schminkkamer(**), terwijl wij van zenuwachtigheid niet wisten waar eerst staan. Kiiiiiinderen voooor kiiiinderen, zongen we, en gans Vlaanderen kon ons zien. Dat waren tijden, hoor. Sindsdien is alles veranderd. … … Eigenlijk is er helemaal niks veranderd.
Met een linkerpols in het gips is het leven juist hetzelfde. Er worden vijftig uren per week gewerkt, en daarnaast vind ik de tijd om slakken te eten tijdens tuinfilms, van trappen te vallen tijdens zolderopruimsessies, mijn rode cowboybottekes aan flarden te vallen tijdens vriendinnenuitstapjes, genieten van mooie woorden van oude bekenden, maar ook om naar Ben X te gaan kijken met de mooiste jongen van de klas (die eigenlijk, hoe langer ik hem ken, steeds minder mooi wordt, zoals dat gaat, en dat ik me zelfs afvraag of, hoewel ik vind dat je best zo veel mogelijk ramen open laat staan, het toch niet tijd wordt bepaalde deuren definitief te sluiten), heerlijke avonden te beleven op de zetel van de-jongen-van-mijn-eerste-zoen (ja! na tien jaar zien we elkaar niet alleen nog steeds, we zien elkaar nog steeds graag), te gaan dineren in een kasteel ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan van mijn bompa, mij volledig fout verkleed te begeven naar hoofdstedelijke gewesten voor specifieke kotfeestjes, in tuinhangmatten Iranees te eten in het gezelschap van de grieten met wie ik Marokko een hele tijd onveilig maakte, ’s morgens vroeg op te staan om eikes te bakken zodat ik bokes met eikes kan maken voor mijn voltallige liefhebbende collegaploeg, dat allemaal, en dat allemaal met mijn kindje dat sinds kort ook een naam heeft. Dat mijn pijntjes hun eigen Wikipedia-pagina hebben, dat vind ik vooral heel erg cool, zo cool dat sinds ik die pagina vond, al heel wat minder pijn wil voelen.
Toch hoop ik dat het goedkomt, spoedig, miraculeus vanzeneigen door toch-nog-even te wachten. Want één keer van een trap vallen is goed, één keer met de fiets vallen valt nog weg te lachen, … maar mijn ganse toekomst is volgeboekt. Want hoe brok-vol-goesting en niets-dan-vuur ik ook ben, die ganse toekomst is zo volgeboekt dat pijn er eigenlijk niet langer bij kan. En er stond wel degelijk BROK, hé, mannen.

soms zou ik willen dat ik de tijd kon kussen
zacht zoenend zeggen ‘doe je ogen dicht’
en dan stiekem drie passen achterwaarts sluipen
om vanop afstand bewust te glimlachkijken
hoe de toekomst nog altijd -genietend- voor me ligt

(*) Ja, ik had die voorbije honderd woorden echt geteld, ja, het zijn er echt op de kop honderd, en ja, dat berust puur op toeval.
(**) En awel, van zodra ik een scanner vind, laat ik jullie daar een foto van zien.



OMGWTFBBQ5TV
18 september 2007, 11:04 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Tussen twee hardnekkige stilzwijgens van mijnentwege door, een kleine mededeling van algemene opdeborstklopperij. Ik gaan op den televies komen. Voila. Zeven weken na mekaar.
Dat is eigenlijk geheel per ongeluk gebeurd, omdat de mensen van den televies, Sophie De Waele in het bijzonder, gebrek aan beter hadden. Ja, ik wil het daar gerust mee doen.
Sta ik daar mijn dagelijks werkding te doen, komt mevrouw linkerhand vragen of ik mijzelf niet wil opgeven om gefilmd te worden. Omdat gij en ik weten dat ge daar geschikt voor zijt, knipoogde ze erbij. Nu is mijn hoofd al wel eens eerder gebruikt voor een krantenfoto of vier, en zelfs van mijn lange benen werd al eens dankbaar gebruik gemaakt voor een stockshotje of twee, maar iets zeggen voor den televies, dat was nieuw. Dat was zelfs sebiet-ga-ik-op-mijn-benen-gaan-staan-bibberen-hoor. Ik werd gerustgesteld dat het niet veel voor zou stellen en dat het niet lang zou duren en dat het eigenlijk allemaal niet serieus bedoeld was. Ja, teutegérard, allemaal om mij erin te luizen, ja! Omdat ze gebrek aan beter hadden dus! Dus ik zei ‘okee dan’ en boy wist ik veel en was I wrong. ‘Over een kwartier komt het camerateam. Ze weten dat ze achter u moeten vragen’. Ik wist eigenlijk nog steeds niet wat ik precies moest doen, en al helemaal niet wat ik precies zou moeten zeggen. Ik vond van mijzelf dat ik eigenlijk helemaal niks te zeggen had, zelfs. Van eerder vermelde stockshots wist ik dat een camerateam uit één cameraman en één reporter bestond. Maar boy wist ik veel en was I wrong. Nog geen kwartier nadat ik voor mezelf had geconstateerd dat ik helemaal niks te zeggen had, komt daar een ploeg af om gillend van weg te rennen. Twee handsome dudes met elks een camera, een productieleider-of-zowiet, een meneer die een samsonhond op een stokske boven mijn hoofd positioneerde en daar gepositioneerd hield in wat voor bochten ik me ook zou wringen, de twee mensen van de-aflevering-van-die-week, en Sophie De Waele dus. Sophie De Waele op kop. Ze stelde mij een vraag en ik antwoordde en ze stelde mij nog een vraag en ik antwoordde wat meer en toen zeiden de twee mensen iets en ik vertelde en ik bleef vertellen. Ik voelde al mijn angstzweet vaporiseren en op de achtergrond zag ik mijn collega’s met open mond staren naar al die professionaliteit die plots over mij was nedergedaald. Haha! Waha! Jah!Mevrouw de linkerhand glunderde van trots en stak haar duim omhoog toen ze merkte dat mijn linkerooghoek haar bekeek. Ik antwoordde, vertelde, improviseerde, informeerde, maakte een ad-rem-grapje. Ik gaf zelfs goede raad! Jeps! Gratis niets.dan.vuur-advies op den televies! Ik dacht dat ze ieder moment het ganse gedoe wel even zouden stilleggen om mij te zeggen wat ik goed deed en vooral wat niet, maar nee, pas een half uur later werd er afgerond, en bleek dat één take-of-hoe-heet-dat voldoende was. Het was pas toen dat ik het warm kreeg. Het voorbije halfuur had mijn automatische piloot het overgenomen, en ik werd pas wakker nadat mijn werkmakkers fluitend en juichend applaudiseerden. Voor mij, jawel. ‘Was het een beetje in orde’ stamelde ik, want daar twijfelde ik aan. Sophie De Waele zei dat ik een natuurtalent was. De cameramannen zeiden dat ik enorm cameravast was, whatever that may be. Er was nog iets van een stemkleur die oké was, en dat het slechts zelden in één take-of-hoe-heet-dat gebeurt, enfin, de kijker thuis zou niet gillend wegrennen, iedereen content. Toen volgde de mededeling dat ze volgende week zouden terugkomen voor hetzelfde, maar dan anders. Graag met mij erbij, en dat ik al maar eens moest nadenken over wat ik dan zou zeggen. En dat zeven weken na mekaar. Die avond zat ik in zeven boeddhistische zenposities voor mijn kleerkast met dichtgeknepen ogen te staren naar zeven eventuele outfits voor de komende weken. Want het is typische wijventelevies, en ik ben en blijf toch ‘n beetje ‘n soortement van wijf.
Om alvast te oefenen voor mijn sterrenstatus-in-wording werd ik zaterdagnacht thuisgebracht door een BV. Zo’n echte, die al op het Pukkelpodium stond en die tachtigduuzdst vrienden heeft op zijn MySpace. Het is één van de weinige mannen die ‘k totnogtoe mocht kennen die mij tot aan de voordeur wandelt, in plaats van mij gewoon aan den oprit af te zetten. Niet dat dat moet om hoge punten te scoren, maar het is charmant genoeg om het te vermelden. Voila, ik weet het. I’m too sexy for this blog. Sterallures, here I come!



Yaourti me meli: intussen ook check
25 augustus 2007, 11:10 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Het nadeel van nieuwe vrienden maken in het buitenland, zelfs al zijn het niet al te lelijke Aussies, is dat ge een ganse dag Engels moet spreken. Ik word daar enorm moe van Gertje, en ik kan maar half zo grappig zijn als in mijn moedertaal, net zoals ik door mijn enorm hipperdanhippejaren `60 zonnebril niet alleen minder kan zien, maar ook minder kan horen. Tot daar de min. Voor de rest niets dan vuur hier, maar dan vooral letterlijk, want wat u hoogstwaarschijnlijk vanavond op het nieuws zag, hebben wij van op de Akropolis-site zien ontstaan. Er was een beetje rook, maar dat minimaliseerden we tot misschien-wat-lokale-industrie, en een half uur (en twintigduizend typische toeristenfoto`s) later was dat al een pluim die een pluim verdiende, en werden er zelfs vlammen en een tiental blushelikopters gespot. Natuurlijk hebben we een reporting-live-from-Athens filmpje gemaakt, met een hele sexy verslaggeefster (drie keer raden) met de brand op de achtergrond, dat we voor keiveel geld wilden verkopen, waar het intussen al een beetje laat voor is. Misschien ooit op YouTube, moest het zijn dat we nog ooit naar huis willen. Zelfs nu dwarrelt er nog zo veel as en stof over en door en op de stad, dat zwarte zomerjurkjes er na een paar uur grijs van gaan zien.
Verder leerden we dat ferrys bestellen simpel noch goedkoop is, zeker als ge een groezelig kantoortje binnenwandelt met de mededeling dat ge eigenlijk nog niet weet waar ge naartoe wilt, en dat het eigenlijk ook allemaal niet uitmaakt. Zo komt het dat de wind ons morgenochtend -de wekker staat om tien voor zes- naar Milos brengt, een eiland slash uitgedoofde vulkaan waarvan de boekjes zeggen dat het het eind van de wereld lijkt, met kliffen en kreken en piratennesten. Morgen is er eentje jarig ook, trouwens, en dat gaan we vieren door zo veel mogelijk dingen te doen die we nooit eerder hebben gedaan. Zoals iemand anders de laatste win van een blogpost te laten typen, woals nu lve qqn het gebueren is, ;et qwerty=typfouten en al!



En hierna is ‘t gedaan voor een jaar of vijf
24 augustus 2007, 1:48 am
Ingedeeld onder: Uncategorized

Het Barcelonabruin is nog niet van me afgeërodeerd of de reizigster in mij verlaat dit wafel-met-choco-weer weer om drie weken niets dan vuur te zoeken in een land waar ze ‘yaourti me meli’ eten. En ‘giros me pita’. Om eerlijk te zijn heb ik nog geen idee wat ik daar ga doen. Waar ik zal slapen. Waar ik zoal zal zijn. Ik heb een splayd mee, een zoutvatje, een zeemvel, veel plastic zakjes, een USB-stick, zes onderbroeken, Dextro Energy, theelichtjes, waterzuiveringstabletjes, een Visakaart. En schrijfpapier.
Ik kom behouden terug. Ondertussen wens ik jullie veel succes, plezier, en liefs! Rij het aircomasjien maar weer de garage binnen, ge zult het niet meer nodig hebben. En wie weet er nog hoe een open haard wordt aangestoken?



Always close your tags
15 augustus 2007, 11:24 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

[euforisch]Aaaaaaaaaaaaaaaaaah[/euforisch]

[bleit]Aaaaaaaaaaaaaaaaah



“Ik kan de reis pas verwerken als jij erover geschreven hebt, hoor”
10 augustus 2007, 12:14 am
Ingedeeld onder: Uncategorized

Na grote warmte krijg je sneller kou, zei een groot dichter ooit. Natuurlijk was Barcelona goed. Maar zoals dat gaat: we vertoefden nog een hele tijd in de ontkenningsfase. We weigerden hardnekkig te doen alsof het weer voorbij was. We warmden ons aan zelfgecreëerde vuurtjes, zodat de kou geen kans kreeg. Zo is geluk misschien wel een vicieuze cirkel.
Barcelona dus. Lange busritten met tankstationstops waar er blootvoets tanden gingen worden gepoetst. Levensvreugde die opgeroepen wordt door iets eenvoudigs als een Mc Donalds, en de helse tocht van en naar. Het backstage/frontstage polsbandje van iedereen die op het festivalterrein rondliep, en de rieten dakjes van de shelters daar, die het zonlicht zo mooi filterden. Alles wat onder de shelters gebeurde. Niksdoen met een hoofdletter, en Verbroederen, ook met een hoofdletter. Georgië heeft gevoel voor ritme, en leerde ons dat wie oprecht lacht altijd mooi is, eender hoe dik of dun. Griekenland is mooi maar arrogant. We dansten de sirtaki, en we riepen ‘tzatziki! feta feta!!’, want meer Grieks kenden we niet. Nieuw-Zeeland deed monden open vallen. Ze inspireerden tot een meer uitgesproken ritmegevoel, en ze gaven hun gevechtsstokken in ruil voor onze ‘We love you’s. Indonesië was innemend & kleurrijk, Polen was vrijgevig, Tsjechië was nieuwsgierig. Wij waren België. België bakte er niks van, maar we voetbalden op de heuvelrug terwijl de zon al onderging, we sprongen op onze stoelen om de ganse wereld aan te moedigen, we leerden tien nationaliteiten het ‘van voor naar achter van links naar rechts’ aan, en die denken nu allemaal dat dat ons nationaal volkslied is. België is grijs, maar als we een Mexican wave in gang konden zetten in een tent die 1500 mensen herbergde, dan deden we dat. Als de wachtrij voor de cateringtent immens was, dan entertainden we de wachtende menigte met spelletjes en wedstrijdjes. Deden we Ierland versteld staan dat we in het Engels konden zingen. We speelden Kubbs en Bulletje, en trokken daar toeschouwers mee aan. België betekent niet veel op een kaart, maar we lieten een onuitwisbare indruk achter. We spraken de taal van de vriendschap.
Ontbijten met cakejes en oploskoffie, met zicht op de vallei. ’s Avonds vanuit uw bed smsen naar de vrienden die in het andere huis slapen. ‘Slaapwel he! PS: Is jullie zwembad ook zo groot?” en ’s ochtends blijkt dat zij wel degelijk een heel groot zwembad hebben. Dan is het slikken om uw gezondkleinbeetje jaloezie weg te steken, maar! Snieerg! We komen vanavond af! Poolpartyyyyy! En dan is er dus nightswimming met Frans Bauer en vodka, en de laatste pintjes, opgekocht van de buschauffeur. De mooiste jongen haalt zijn gitaar boven, hij kan La Bamba spelen, we zingen mee en doen de kuskesdans. Een half uur aan een stuk. We zaten uuuren op de veranda ’s nachts, ons warmend aan elkaar, we speelden het tienvingerspel, “Ik heb nog nooit”, en we moesten niet voor elkaar onderdoen.
In the city haarzelve liepen we rond met waterpistooltjes, en sommigen werden in hun slaap vermoord. We keken ’s ochtends naar ‘Une auberge Espagnole’, en ’s namiddags speelden we de Parc Guell-scene na – in Parc Guell. Toen we in ons bed lagen hielden we schetenfeestjes, en het werd een sport elkaar zoveel mogelijk al slapend te fotograferen. Er werden vingers gebroken. Ik deed decadent door met haar te shoppen bij Custo (ja! er hangt een Custo in mijn kast!) en Xocoa (ja! ik kocht voor twintig euro chocolade!) Ik was geïntrigeerd door de deuren van de Sagrada. We vonden er gekke woorden, sudoku’s en het telefoonnummer van God op. We bekeken het bloot op het strand, dronken pintjes achteraan in de bus als we niet konden slapen, hielden van Starbucks, waren lastig van de moeheid, maar we vergaven elkaar alles. Ik kwam er nu pas achter dat mijn werkmakker iedere ochtend twintig minuten haar haar moest brushen, zij kwam er nu pas achter dat mijn ganse ochtendritueel slechts tien minuten in beslag neemt, ik leerde wat concealer is, en dat mijn decolleté er mag zijn, naar ‘t schijnt, en dat ik mij dringend eens een jeans moet aanschaffen. Dat zijn oppervlakkigheden. Wat telt zijn de knipogen en de zwijgen-is-goedkeuren-stiltes en het feit dat er al een half uur na afscheid sprake was van een zwart gat. Nog diezelfde avond zaten we met twintig in stamkroeg B. hardnekkig te doen alsof er niets was gebeurd. Alsof we nog steeds samen op reis waren.
Ik geloof dat ik terug ben, maar heel zeker ben ik daar niet van.



Kwispelstaartend
20 juni 2007, 10:22 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Waar ik altijd voor te vinden ben, zijn avonturen.
Avonturen kunnen grote dingen zijn, zoals voor drie dagen de woestijn intrekken en hopen dat je voldoende drinkwater bij hebt. Of op kamp het er op wagen en toch maar dat riviertje doorwaden, strominkje of niet, terwijl er elf kinders aan uw mouw trekken van eik-ik-heb-bang-en-wilt-gij-toch-niet-efkes-mijn-rugzak-dragen. De spanning van ie!-dit-vind-ik-leuk-maar-oei-ik-draag-verantwoordelijkheid.
Maar het liefst heb ik mijn avonturen klein. Met Marjetje in de auto zitten bijvoorbeeld, verzeild raken op de parking van een ziekenhuis en daar vanaf proberen te geraken zonder te moeten betalen. Moeten stoppen aan een stadsplan aan de kant van de weg in the middle of nowhere, omdat we niet geraakten bij onze vrienden die eigenlijk toch gewoon vlakbij wonen. Zo in de vroege avond met uw spierwit fladderrokske aan het autoportier achter u dichtsmijten om door het gras te huppelen, terwijl de zon nog snel het schoonste van zichzelf geeft, ik vind dat avontuur. Daar warmt mijn hart van op.
Zo was er onlangs een avond waarop we met een heel stel naar onze hoofdstad gingen. Zij die over alles kei-kei-enthousiast is was er bij, en zij-die-al-twee-maanden-twijfelt-over-haar-muurkleuren, en het exvriendje van de soulmate van mijn-ex-soulmate, … zelfs mijn favoriete jongen was er bij. Mijn zus zouden we op het station ontmoeten, en zij-die-keiveel-geld-met-de-Pappenheimers-won was er ook, met haar tweelingzus, en het heel erg stille meisje die baas wordt boven 100 kinderen, plakkend en pappend bij haar helemaal niet nieuw mere vriendje. Een bonte bende dus. We gingen speciaal voor de nog-steeds-Marilynblonde-Haynée, maar ook een beetje voor onszelf en vooral voor elkaar, natuurlijk. Den ene had onze roadtrip geweldig voorbereid, met over-en-weer-gemail met pdf’jes met het uurschema van de avond, veel te professioneel voor gewoon-maar-een-vrienden-uitje uiteraard, maar desalniettemin enorm charmant. In Brussel aangekomen bleek het plattegrondje echter over het hoofd gezien, waardoor de weg gevraagd moest worden, en we wisten niet hoe, in het Frans? In het Nederlands? En plots voelt het dan alsof ge op kamp zijt. Den ene helft durft het gaan vragen en den andere helft doet alsof dat allemaal niet nodig is. Den ene helft wilt checken en dubbelchecken en den andere helft zegt ‘Mijn intuïtie zegt dat het rechtdoor is’.
Maar goed, we zijn er geraakt – natuurlijk zijn we er geraakt.
En ’s avonds weigeren we plotseling te geloven dat onze laatste trein effectief onze laatste trein is, hoewel dat daarvoor allemaal vakkundig was opgezocht, in werkelijkheid willen we gewoon niet toegeven dat we toch liever nog een laatste pintje blijven pakken, of twee, en dat het idee van nachtelijk stranden in Brussel met een impulsieve overnachting als gevolg quite exciting klinkt, al zeggen we dat niet hardop. Mijn favoriete jongen riep zijn broer, die op zijn beurt zijn internet riep, en bevestigde dat we nog wel een uurke konden blijven hangen zonder onze verplichtingen van de ochtend nadien te moeten verwaarlozen. Dus na de gehoopte twee pintjes vonden we dan toch het station … dat leeg en verlaten bleek. Ha! Ha! Haha! Dan kunt ge alleen maar lachen en hopen en zeggen van ‘kom we leven het leven zoals het zich aandient’.
Dàt vind ik avontuur. Dat maakt mijn hoofd leeg en mijn hart vol, tegelijk. ’s Nachts niet op het toilet geraken ook al hadden we vier verschillende soorten elektronische toegangskaarten bij, en een taxi bellen voor mensen die Zsanskiryna heten ofzoiets en die zelf ook met een avontuur bezig waren. Onze handen wassen en met veel te veel papier afdrogen in een waterpijpbarretje, en meerstemmig In This Heart neuriën ook al klonk het veel te triestig. En toen de broer daar was -die ons hélemaal in Brussel wilde komen halen- euforisch zijn omdat hij Mika in zijn cd-speler had zitten, en stoppen aan een tankstation voor koffie en iets lekkers en … okee, ook voor benzine, ja. We vingerden onze namen in het stof van de motorkap en toen kwam mijn superheldin niet opdagen omdat ze haar sjakosj op het dak van haar auto had laten liggen toen ze in volle vaart was vertrokken. Dus terwijl zij terugzoefde naar onze hometown om haar belongings bijeen te rapen waar ze ze achtergelaten had -voor de villa van mijn baas, nota bene- verzuchtten wij nog eens tegen elkaar hoe fijn de avond wel niet was en hoe lang hij wel niet geleken had maar dan niet in pejoratieve zin, eerder in de ‘wij hebben hier precies een vakantie achter de rug’-zin. Oh what a night! Dat zong ik toen ik de dag nadien twee voice mailtjes moest beluisteren, één van de broer van mijn favoriete jongen om te zeggen dat hij een portefeuille had gevonden, en één van de ex van de soulmate van de ex, om te zeggen dat hij zijn portefeuille kwijt was. Waardoor ik die twee met elkaar in contact moest brengen, maar dat door mijn telefoonautisme niet goed lukte. …En dan heb ik dus nóg niet alles verteld he, makkers!

Er zijn mensen die zichzelf avontuurlijk noemen omdat ze duovluchten willen doen en bergen willen beklimmen en uitblinken in de survivalroute op hun teambuildingdag, maar zolang we één dessert-van-de-week nemen in stamkroeg B., om met elkaar te delen, zolang mijn werkmakker mij intens om de hals vliegt als ze niet verwacht had dat ik iets voor haar zou meebrengen, zolang ik de wind in mijn rug heb als ik de brug affiets, zolang we met bomvolle auto’s door den drive-in van de Quick rijden, zolang er sigaretjes worden gerookt op den dorpel van ons clubkot, zolang ik zelfs mijn croque monsieurs laat aanbranden en van het meest onnozele smsje mij twee hartinfarcten verschiet, vind ik mijn leven spannend genoeg. En leuk. Mijn leven is leuk.



Deugdelijkheden
2 juni 2007, 6:24 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Goed, ik had eventjes een overdosis malchance. Vuur zou Vuur niet zijn moest ze zich daar niet rap over kunnen zetten. We maken van de nood een deugd. Een deugdelijker deugd dan die de nood gebroken had, zelfs, met dank ook aan mijn mama, die nu echt officieel de coolste is ter wereld. Maar over die coole mama, en betreffende deugden, later meer. Er verder was er:
+ Op de werkvloer. “Vuur, ik weet dat het u nu niet goed uitkomt, maar ik moet al een hele tijd dringend, mag ik nu toch even naar het toilet?”
Mwahahha, dacht ik, Vuur, meisje, this is your moment of glory. Nú hebt ge het gemaakt in het leven, zulleuh. Als volwassen mensen, wat zeg ik, volwassen mensen die twintig jaar ouder zijn dan u, komen vragen of ze mogen gaan piesen. Ik dacht dat wij een team professionele creatievelingen waren, maar nee, blijkbaar heb ik een kleuterklas onder mij. “Maakt dat ge weg zijt en dat ik die vraag nooit meer hoor”, zei ik. En anders kletsen op de blote poep.
+ Nog eens een handgeschreven brief in mijn brievenbus. Yesss! Het gaat nog eens terug hip worden, zeg ik u.
+ Een homeparty bij iemand waarvan ik niet vermoedde dat ze een achtertuin ter grootte van een tennisveld zou hebben. Onze aandacht werd algauw verlegd, van de homeparty naar de rondleiding: een grote verwilderde tuin, met verborgen plekjes en geheime doorgangetjes, met een kampvuurkring en een zweethut, met een hangmatplek en boeddhabeelden. Er waren 300 soorten kruiden, die opgedeeld werden in continent van herkomst, en die dan ook geplant stonden in de vorm van dat continent. Pretty sexy. En we aten aarbeien met lavendelsuiker en yoghurtdressing op basis van eetbare bloemkes en er waarden mannen rond die aan herborisme deden en daar heel begeesterd (uren) over konden vertellen. Ik voelde mij één met de natuur en al.
+ Ik ben een flink meisje. Ik maakte een fout en ik heb die toegegeven en ik heb mij verontschuldigd bij de mens bij/voor/over wie ik de fout maakte. Terwijl heel veel mensen dat aanhoorden. Ik weet dat dat normaal zou moeten zijn, maar openlijk fouten kunnen toegeven, doet mij deugd.
+ Ik fietste des nachte met een makker door mijn hometown. En toen zagen we plots uit één der huizen een blote man rennen. Echt volledig bloot, he. Hij rende op een drafje, een beetje gehaast maar niet alsof zijn leven ervan af hing. En toen ging hij schuilen achter een geparkeerde auto. We dachten nog een bende zatte mannen te kunnen verwachten, die hem volgden, of die op zijn minst het hoofd om de deur staken om te kijken of ha-ha-hij-heeft-het-dan-toch-gedaan, maar nee, niets, peace and quietness en nog geen vogelke dat floot. Wij houden het dus gewoon op een minnaar die op hete(r)daad betrapt was. Zou het?
+ Samen met de papa naar ‘War Of The Worlds’ kijken en allebei vinden dat het een slechte film is en blijven kijken en tegen elkaar blijven zagen dat het een slechte film is en blijven kijken en tegen elkaar blijven zagen dat het een slechte film is en blijven…
+ Er zit een jongen achter mij, geloof ik. Dat is geleden van toen ik twaalf jaar was en er op Valentijn een Billie & Bollie-postogram in mijn brievenbus zat, en de dag nadien kreeg ik een dozeke pralinen aan de schoolpoort, en ik kreeg briefkes in de klas met “uw goudblonde haren reflecteren de passie van de zon”. Hahahihaho. Nu, ik ben daar geen held in. Er zitten nooit jongens achter mij. Als ge om half twee ’s nachts telefoon krijgt en ze zeggen u dat ze u snel nog eens willen zien en wanneer-spreken-we-af, als ge om drie uur ’s nachts smsjes krijgt van ‘Zit je toevallig op café in mijn buurt nu’, als hij een afspraak cancelt omdat hij moet overwerken maar twee uur later toch belt dat hij nu onderweg naar huis is en of ik toch niet alsnog wil afkomen, als ik zomaar-zoen-berichtjes krijg (Ha! Dat heeft hij van mij geleerd! I’m the teacher and the preacher of the zomaar-zoenen!) en hij mijn favorietste film kiest, zit hij dan achter mij?
+ Heb ik jullie al verteld dat ik in een Bentley heb gereden? Nu ken ik echt niks van auto’s. Auto’s kunnen me niks boemmen. Maar het geluid van een Bentley die optrekt! Alsof ge het vliegtuig neemt naar Monaco. Of naar St Tropez.
+ We hebben een beetje gezondigd. We dronken te veel wijn, en we rookten zelfgerolde sigaretjes. Maar als een zonde in goed gezelschap gebeurt, en als ge weet dat een uitzondering er is om een uitzondering te blijven, en het is gezellig en alles peis en vree, dan mag het, dan mag het, toch?



Strijdend ten tonele, gewapend met een MySpace
26 mei 2007, 12:35 pm
Ingedeeld onder: Uncategorized

Mijn ego is soms zo groots dat ik in iedere spiegel die ik tegenkom een vette knipoog geef. Zo van “Heey, joeoe, grave griet, wat zijt ge toch een coole!”
Dan moet ik een zonnebril opzetten of ik word verblind door mijn eigen persoonlijkheid. Dan draag ik geen fuck-me-botjes, maar fuck-YOU-botjes.
Soms echter denk ik dat ieder oneffenheidje aan mijn hart een onoverkomelijk grote blauwe plek is, erin gestompt door het verleden. Dan ben ik mij overgevoelig bewust van mijn zwakke plekken. Vorige maandagavond bijvoorbeeld, toen ik weer maar eens naar de stad was gefietst. Om iets te doen wat maar vijf minuten in beslag nam. Na die vijf minuten zette ik mij op een bank op de Groenplaats, alleenzamig, om een beetje aan zelfreflectie te doen. Geen goed idee. Een avond die valt, alleen op een bank na stressvolle dagen die een beetje in mineur eindigden, de stadsdrukte om mij heen, en tranen. Want ik ben toch zo’n loser en wat heb ik nu eigenlijk al bereikt-helemaal-niks en wat gaat er van u worden-helemaal-niks. Toch is er dan door het zieligs heen meteen ook het relativerende: iedereen maakt fouten, niet alleen gij, Vuur, bij niemand gaat het allemaal gemakkelijk, en ge zijt heus niet pakken onbekwamer-in-het-leven dan een gemiddelde ander. Ik moest janken en lachen met mezelf tegelijk. Misschien zo slecht nog niet.
Ik vertoefde op een heleboel planeten de voorbije dagen, en ik ben nog niet zeker of ik wel helemaal terug ben. Maar vannacht kroop ik in bed met twee pannenkoeken, opgewarmd van den Aldi, en als ik met eten in bed kruip, dan is dat een teken dat het goed met mij gaat.
De wereld is zo fokking belachelijk klein dat een mens zich afvraagt waarom er in godsnaam nog zijn die met grootheidswaanzin rondlopen. Deze week waren er maar liefst zes openbaringen van die-en-die van vriendengroep A kennen blijkbaar via-via die-en-die van vriendengroep B. Of C of D. Maar dan minder ingewikkeld dan het klinkt. Ergens zijn we allemaal vrienden van elkaar. We zijn allemaal hetzelfde. We doen allemaal graag een terraske van zodra de zon zich laat voelen, we proeven allemaal de geur van smoutebollen als we horen dat de Sinksenfoor er weer is, we creëren MySpace-accounts om onze vrienden te kunnen tellen, en stiekem zet iedereen graag elkaar in zijn bloteke.
(Zo ging ik een paar dagen terug 60 baantjes zwemmen, met twee kameradinnen. Zij kropen in een kotteke en ik in een ander en toen ik al vijf minuten aan ‘t dralen was aan mijn kastje en zij nog steeds niet klaar waren riep ik ‘Hallo!? Ik sta hier al lang in vol ornaat op jullie te wachten hoor!’. ‘Jaaaaaah….’, riepen ze, ‘dat gij rap uit de kleren kunt gaan wisten wij al langer!’ waarop er nog wat speelse schunnigheden volgden en een stel mannelijke twintigers het hoofd om hun deur staken om te zien over wie dat nu allemaal ging. Ik stond ràp terug in mijn kotteke, hoor. Het was niet mijn enigste genant moment deze week, maar laat mij u dat alstublieft besparen.)
Woensdag heb ik mijn laatste examen succesvol! afgelegd en om dat te vieren heb ik iets gedaan waar ik al lang een beetje goesting voor voelde, maar nu pas van durfde zeggen ach-ja-we-doen-impulsief-en-daarna-zien-we-wel. Het was iets met een inschrijvingsformulier waar er nogal wat over uw verleden wordt gevraagd en waar ge twee foto’s en een overtuigende brief bij moet voegen. Geen idee of het een staartje krijgt maar als het er komt hoort u er ongetwijfeld nog van.
Dat de wereld zich maar klaarhoudt! Ik heb er nog grootse plannen mee. En niet alleen dat. Vandaag over twee maanden zit ik in Barcelona. Vandaag over drie maanden zit ik in Syrië. Vandaag over vier maanden kan ik zeggen dat ik in zowel de Dode als de Rode zee heb rondgedabberd.
Kijk, zo moeilijk is dat niet. We dabberen wat rond en we komen vanzelf wel ergens uit.